|
![]() |
| Zachariël> Artikel |
|
printversie:
Zie ook: dossier economie Fair Trade voor iedereen Door Sylvain Coiplet Als consument heeft men er belang bij om zo goedkoop mogelijk in te kopen. Dit kan echter snel ten koste gaan van de producent. Bijzonder duidelijk wordt dit zichtbaar bij het steeds verder dalende inkomen van de boeren in de ontwikkelingslanden. Hier hebben de consumenten gereageerd en kiezen in versterkte mate voor produkten uit de ‘eerlijke’ handel de zgn. ‘fair trade’. In Europa zijn echter ook boeren. Waarom zouden zij ook niet van de eerlijke handel profiteren? In de loop der jaren zijn enkele fair trade criteria uitgekristalliseerd, die voor een deel omvattender zijn, dan men op het eerste gezicht zou vermoeden. Een inkomen dat bestaanszekerheid schept Langdurige verdragen Vooruitbetaling Geen tussenhandel Wat door fair trade in gang is gezet, laat zich het beste omschrijven als een geleidelijke overgang van de pure markteconomie naar een verdragseconomie. Maar anders als bij producentenkartels worden de hogere prijzen voor de producenten niet achter de rug van de consumenten om, maar op basis van wederzijdse overeenstemming vastgesteld. Leren van het succes Bijzonder succesvol is de eerlijke handel in Zwitserland. Hier bereikt
een toonaangevende supermarktketen dubbelcijferige marktaandelen van
fair trade-produkten (Sinaasappelsap 10%, koffie 16%, bananen 21%).
Ondernemingen, die nog niet mee willen doen, komen onder druk te staan.
Op de Zwitserse website van Nescafé is nu een behoorlijk uitvoerige
uiteenzetting te vinden, waarom het concern geen fair trade produkten
aanbiedt en dat ook in de toekomst niet van plan is. Op dezelfde website
in Duitsland is het onderwerp echter totaal onvindbaar. De reden moge
duidelijk zijn. In Duitsland worden ondanks de 10 keer grotere bevolking
nog niet eens de absolute aantallen van de Zwitserse fair trade omzetten
bereikt! In tijden van globalisering heeft iedere vermenging van staats- en economische belangen catastrofale gevolgen. Hybride structuren zoals de WTO, waar politieke vertegenwoordigers over economische vragen zoals subsidies en importheffingen beslissen, hebben tot escalatie van de spanningen tussen Noord en Zuid geleid. Een alternatief daarvoor is een regionale fair trade, waar prijsproblemen tussen producenten en consumenten –dat wil zeggen binnen de economie zelf- met wederzijds goedvinden opgelost worden. Dan speelt het geen rol meer wie over precisie- of massavernietigingswapens beschikt. In Duitsland werd voor de mondiale eerlijke handel de term ‘transfair’uitgevonden. Hoe zou het zijn, wanneer wij – als uitbreiding daarvan- van ‘regiofair’ zouden spreken? Meer prijstransparantie De naam regiofair alleen is niet genoeg. De Europese consument associeert ontwikkelingslanden automatisch met armoede. De situatie van de eigen landbouw stelt hij zich beduidend minder dramatisch voor. Hij ziet daar niet zo makkelijk de noodzaak om niet alleen naar het eigen belang te kijken. Maar wat als hem de cijfers ter inzage gelegd zouden worden? Wij consumenten zijn reeds meesters op het gebied van de prijsvergelijking. Tot nu toe kunnen wij kunnen echter alleen eindprijzen vergelijken. Geheel anders zou het zijn, wanneer naast de winkelprijs nog aangegeven zou worden welk aandeel daarin de boeren, verwerkende industrie, transport, groothandel en detailhandel hebben. Bij een dergelijke prijstransparantie laat zich snel vaststellen of de prijs niet toevallig ten koste van de lokale boeren verlaagd is. Dat zou nog eens ‘consumentenopvoeding’ zijn. Dit is met name belangrijk voor de biologische, respectievelijk biologisch
dynamische landbouw, die zo langzamerhand haar weg vindt in de reguliere
supermarkten. Niet alle merken, zoals Demeter in Zwitserland, staan
erop, dat deze supermarkten dezelfde prijs betalen als de andere winkels
en alleen daardoor goedkoper kunnen verkopen door een kleinere marge
te nemen. Anderen laten zich wat sneller onder druk zetten.
Groente-abonnementen zijn een goed voorbeeld van
regiofair; de firma Odin is alvast
Steekt de duivel in de tussenhandel? Wat weerhoudt Nescafé er echter van om aan de mondiale eerlijke
handel mee te doen? Het meest duidelijke argument is misschien, dat
de multinational in plaats van directe aankoop bij de koffieplanters
liever gebruik maakt van koffiemakelaars, die “zoveel waren samenbrengen,
dat transport en arbeid zich lonen”. Wanneer de prijzen vanwege
de overproduktie te sterk zinken, wordt maar al te snel vergeten dat
handel op zichzelf altijd goedkoper makend werkt. De tussenhandelaren
worden dan snel als uitbuiters beschouwd. Wanneer echter van de kant
van Nescafé beweerd wordt, dat vaste prijzen tot uitbreiding
van plantages en overproduktie leiden, dan vraag je je toch af of deze
mensen wel weten waarover ze het hebben. Dit klopt bij door de overheid
gegarandeerde prijzen zoals men deze van de Europese landbouwpolitiek
kent. Bij de prijstoeslag die gehanteerd wordt bij de eerlijke handel
voelen de producenten zich echter verantwoordelijk. Velen investeren
het extra geld om hun afhankelijkheid van koffie te reduceren en alleen
dan koffie te produceren, wanneer de prijzen hoog genoeg zijn. Zij krijgen
dus meer ruimte om de markt zelf vorm te geven (in plaats van heen en
weer geslingerd te worden door de dynamiek van de wereldmarkt. EB)
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||