Zachariël> Artikel    
 

   
   
   
 
   
   
 


Over Zachariël


Artikelen


Contact


   
 


Links


 

 


   
   
 
Op alle artikelen op deze website rust auteursrecht.
Overname zonder toestemming is verboden
   
 
Copyright publications.
Publication without permission not allowed.
   
   
 
Logo by
Floor Bos en Edwin Schild.

 

 

Gesprekken met Müller en andere natuurwezens

Door EB v Loon

Na jarenlange oefening besluiten de Duitse Verena Stael von Holstein, haar man en enkele natuurwezens die om hen heen wonen een gezamenlijk project op te zetten. Een jaar lang zal elke dag een gesprek tussen hen gedocumenteerd worden. Doel van het project is om mensen meer bewust te maken van deze wezens, die in toenemende mate rechtstreeks afhankelijk van óns zijn in hun doen en laten. Uiteindelijk doen 17 ongelofelijk verschillende natuur- en beschermwezens mee. Het resultaat: twee boeken met een enorme rijkdom aan inzichten en ontmoetingen, maar ook een dramatische oproep tot erkenning en samenwerking. In Duitsland verscheen ‘Gespräche mit Müller’ in mei 2003. Daarnaast verschenen binnen een jaar 4 afleveringen van de 'Flensburger Hefte', met gesprekken over allerhande onderwerpen. Een Nederlandse vertaling van het eerste Flensburger Heft verscheen najaar 2004 bij uitgeverij Christofoor. Bij deze een eerste kennismaking.


De originele versie, mei 2003

Achtergrond

De 17 natuurwezens die meedoen aan het boekproject laten zich niet makkelijk onderverdelen: je hebt de elementwezens die verbonden zijn aan water, vuur, mineraal of lucht, dan de beschermwezens, die vooral tot taak hebben een bepaald gebied of domein te onderhouden (zoals Müller de huisgeest, of de Bruine, die over door mensen gehouden dieren in het gebied waakt). Ook zijn er nog een stel zeer aparte wezens bij betrokken, zoals de Zilvere, die naast zilver ten zeerste met de maan samenhangt. Tenslotte de Grote; hij is geen natuurwezen, maar een Engelwezen dat verantwoordelijk is voor de hele regio en als een ware coördinator toeziet op het project.
Om te leren spreken met elkaar, is door de jaren heen veel werk verzet. De wezens drukken zich niet in begrippen uit zoals wij dat doen, maar in een soort (gevoels)samenhangen. Een aanvankelijk zéér moeizaam en hortende zoektocht naar passende woorden, waar veel oefening en training aan te pas kwam voordat het niveau van gesprekken bereikt was dat in het boek te lezen is. Verena verteld hierover: “ de verbetering van het begrip tussen mens en natuurgeesten was eigenlijk het eerste, dat tussen ons plaatsvond. Men zoekt dan naar een gemeenschappelijke taal. ‘Wat bedoel je, als je hout zegt?’ Dat is een simpel voorbeeld. En als je dan antwoordt, zegt hij (hier: Müller) dat hij dezelfde dingen ook hout noemt. Moeilijker wordt het met begrippen, die sterk met de mens samenhangen, bijvoorbeeld; ‘Wat is ziel?Laat me zien, wat jullie ‘ziel’ noemen. Of: ‘Laat me zien, wat jullie ‘mooi’ noemen’. En dan moeten we het de elementwezens laten zien, maar dat is veel werk. Dat gebeurt, wanneer je deze begrippen zo mogelijk plastisch voorstelt’.

Müller en Etschewit

Een van de dingen die bij het lezen op mij het meest indruk heeft gemaakt, is dat er echt sprake is van kennismaken met tal van persoonlijkheden. Er worden moppen getapt, er wordt ruzie gemaakt, getheoretiseerd, gediscussieerd. Gaandeweg blijkt dat het project niet alleen tot gevolg heeft dat mens en natuurwezens elkaar beter leren kennen, maar veroorzaakt het ook directere communicatie tussen de verschillende natuurrijken zélf. Schokkend zijn soms de doodeenvoudige concrete adviezen om meer contact te leggen, dan wel rekening met hen te houden.

Van de groep heeft Müller (‘Molenaar’) de meeste menselijke trekjes. Hij is de huisgeest van de oude watermolen waar het gezin van Verena woont. Dit is niet verwonderlijk; van alle wezens heeft hij ook het meest direct continu met mensen te maken, daar ze in hem wonen, om het zo maar te zeggen. Voor het project is hij de centrale gastheer en trotse naamdrager van de titel van het boek. Hij is sinds lang bevriend met Etschewit, de watergeest, ook wel Natte genoemd of Nöck. Etschewit is een hoog, zeer oud waterwezen, die sinds de ijstijd in verschillende gedaantes de waterhuishouding in de regio verzorgt, en nauw verbonden is met de nabijgelegen rivier de Elbe. (1) Müller en Etschewit werken regelmatig samen, bespreken veel en zijn het niet altijd eens. Neem bijvoorbeeld 31 maart, 2000:

Verena: Hallo jongens! Vandaag is de laatste dag van de eerste maand van ons project. Waar zijn jullie?
Müller/Natte: Wij zijn hier! Je bent vandaag met je gevoel ergens anders, daardoor kan je ons niet zo goed zien als anders. Maar het zal in de loop van het gesprek waarschijnlijk beter worden. Ten aanzien van jullie mensen kunnen we in onze inschatting echter nooit helemaal zeker zijn, omdat jullie voor ons onberekenbaar zijn. Dat komt door jullie vrijheid. Evenwel, de mensen die we beter kennen, zoals bijvoorbeeld jou, kunnen we natuurlijk ook beter inschatten.
Verena: Dat is te begrijpen. Wilde de Natte vandaag niet verder vertellen?
Müller: Kan altijd nog. Wij willen vandaag allereerst eens de laatste dag van de eerste maand appreciëren. Wij willen elkaar voor de goede samenwerking danken en wij hopen op een verdere goede toekomst.
De Natte: Müller is graag wat pompeus. Dat komt doordat de molen vroeger het belangrijkste huis van een oord was en ook het meeste land in beheer had. Af en toe valt hij in die oude manieren terug. Desalniettemin is hij een hele aardige kerel.
- de documentatie van onze gesprekken is zeer dankenswaardig. De verder hier levende natuurgeesten sluiten zich bij onze dank aan. Overigens doet onze Müller het als oeverpsychiater heel goed. Sinds hij ‘mijn’ oevers vanuit de verte verzorgt, gaat het ze veel beter. Hij heeft toch meer raakvlakken met bouwwerken dan ik. (ook wanneer het volgens jou geen bouwwerken zijn, Müller) Ik ben daartoe toch wel teveel watergeest, bovendien is het niet mijn plek.
Müller: Ik heb ervaringen met waterwerken. Wat is mijn molen anders? Of jouw waterkering? De bouwtechnische verzorging van deze wezens doe ik toch steeds, ook als het jouw waterkering is. Jij beschermt het waterdeel, ik de bouwsubstantie. Dat is ook juist zo.
De Natte: De waterkering verzorgen we samen. Ik bekommer me, zo goed als ik kan, ook om de steengeesten. Anders was er ook geen vrede in huis.
Müller: Zo goed als je kan, dat is waar. Maar hout is de steen nader dan water. Vrede is hier in het hele huis, omdat we goed harmoniseren. Bij huizen, die de mens op de verkeerde plek heeft gezet, is geen vrede binnen, omdat de bij de plek behorende natuurgeesten zich niet met de huisgeest en zijn subs verdragen. (2)
Vroeger wisten mensen nog, waar huizen het beste staan. Dat weten kwam voort uit een onbewuste, meer dromerige helderziendheid. Die is nu helaas weg. Daardoor moeten we ons nu zo vaak met verkeerd geplaatste bouwwerken in de rondte pijnigen. Veel nieuwbouwgebieden zijn fijnstoffelijk een catastrofe.
De Natte: Müller, filosofeer nou niet over nieuwbouwgebieden. Dat kan je doen, als ik er niet bij ben. Allereerst is het een strijdpunt van je, waarmee je eeuwig doorgaat; ten tweede interesseren nieuwbouwgebieden mij maar zeer matig.
Müller: Maar de waterhuishouding in nieuwbouwgebieden is toch ook voor watergeesten belangrijk!
De Natte: Voor watergeesten inderdaad, maar alleen tot op zekere hoogte voor een Nöck, die geheel ergens anders woont.
Müller: Je bent ongeïnteresseerd in belangrijke algemene belangen!
De Natte: Zo belangrijk zijn nieuwbouwgebieden niet! Bovendien zijn er hier geen en hebben we genoeg eigen dingen, waarover we samen praten of ons zorgen maken, bijvoorbeeld het onderspoelen/onderlopen van de waterkering!
Müller: Dat is toch niet zo erg. Dat houdt nog wel enkele tientallen jaren. Weliswaar zou men kunnen…
De Natte: Ten eerste; wat zijn enige tientallen jaren! Ten tweede zou men werkelijk…
Verena: Ik kan jullie niet meer volgen… (3)

… en na nog een paar zinnen eindigt dit gesprek van de dag.

Kapuwu, het steenwezen

De wezens drukken zich uit en richten zich op de wereld, vanuit hun zeer specifieke zijn- en taakgebied. Een mooi voorbeeld is Kapuwu, het steenwezen. Ook hij meldt zich in de loop van het jaar om deel uit te maken van het project, opdat mensen ook het steenwezen leren kennen. Hieronder het verslag van een van de eerste kennismakingsgesprekken met hem. Kapuwu heeft een zeer vreemde manier van spreken waar verleden, heden en toekomst samen gebruikt worden
Müller: Kapuwu, het is zeer vermoeiend voor iedereen, als je zo spreekt. Het is zooo ongewoon……”
Kapuwu: ik moet zo gesproken hebben, als ik over mijzelf en mijn steenwezen gesproken zou hebben. Begrijpen jullie niet het onderscheid, dat stenen altijd slechts waren, respectievelijk geweest zijn zullen, inplaats van te zijn?
Verena: ik vermoed iets. Het is echter heel vermoeiend en vreemd om met iemand te spreken en te werken, die er altijd slechts was.
Kapuwu: Ik was niet slechts altijd. Ik zal ook altijd geweest zijn. Dat is heel belangrijk….(4)

Bij het afscheid nemen zegt Kapuwu: 'Met Christus!'.(5) De volgende dag vraagt Verena waarom hij deze afscheidsgroet heeft:
Verena: Hallo Kapuwu! Je bent er werkelijk steeds. Dat is heel verbazingwekkend, omdat me nu duidelijk wordt, dat je een achtergrond bent, die er altijd was. Moeilijk uit te drukken. Iets dat er altijd was, heeft contouren gekregen en is vanuit de achtergrond naarvoren gestapt. Ongelofelijk.
Kapuwu: Dat heb je mooi uitgedrukt. Nu begrijp je iets beter, dat ik altijd er geweest zal zijn. Je wilde weten, waarom ik als afscheid altijd gezegd zou hebben; met Christus! Omdat hij er nu is.
Verena: Niet: daar geweest zal zijn?
Kapuwu: Nee! Er is! Jullie mensen kunnen hem pas zien, als jullie je ogen openen. ‘Zie je’, zei Walliniju (6) op deze plek, ‘Daarom is het licht anders’. Zo eenvoudig is het.

- Grote beroering en gerommel op de achtergrond. Ik kan geen duidelijk woord meer verstaan. Alle anderen zijn als een fijnstoffelijke donderslag verschenen en discussiëren heftig met elkaar. Ik zal de kaars aansteken, opdat onze Vurige (Echnaton, de vuurgeest, EVL) niet boos wordt.
Verena: Kan iemand van jullie weer met mij spreken, of moeten we het verschuiven?
De Natte: Kapuwu heeft een directheid, die ons geschokt heeft, zouden jullie zeggen. We bespreken nu met elkaar welke betekenis het documenteren van dit feit heeft. Het is namelijk een geweldig onderscheid of iets alleen fijnstoffelijk bestaat, of in de materiële wereld gedocumenteerd is. Bij een feit als dit, met deze betekenis, valt dat bijzonder op, ook al geldt het eigenlijk altijd. Wij zijn een beetje door elkaar geschud, vandaar de onrust.
Verena: Zo onrustig vind ik jullie niet. Alleen opgewonden, en dat neemt alweer af.

- De natuurgeesten zitten nu allen, om het maar zo te noemen, in een kring om me heen, kijken met grote ogen en, je zou kunnen zeggen, wachten op de dingen die komen gaan. Alleen Steen volhardt in zijn gebruikelijke gelatenheid. Nu komt er een, die ons allen in zijn arm neemt
De Grote: Het is goed zo. De tijd was rijp. Het is wondermooi en heeft alleen de schrik van grote schoonheid. Kleine broeder steen, dat heb je goed gedaan.”

- Ook wanneer hij geruststelt, is hij schrikwekkend . Nu is hij alweer weg, en de verdere natuurwezens zijn tot rust gekomen. Ik heb nog een vermolmd gevoel in mijn maag, maar dat is altijd zo, wanneer de Grote geweest is. – De natuurwezens onderhouden zich vrolijk op de achtergrond.

De Vurige: Nu is er helderheid. Heel mooi. Daar is nog veel over te zeggen.
De Bruine: Maar nu niet meer. Ik moet terug naar mijn dieren, en de Groene komt zo direct mee. Mooi, Groene, dat je meedoet. Tot snel.
De Müller: Walliniju heeft ook al afgeblazen en je kan de kaars uitdoen. Nou Kapuwu, daar heb je ja beweging in de zaak gekregen!
De Steen: Het was tijd.
De Natte: Müller, kom je? We willen gezellig een Algenpunch drinken en erover spreken. Walliniju, jij ook?
De Luchtige: (ergens anders vandaan) Nah goed. Ben in het dijkhuisje.
De Steen: Ik wilde je eigenlijk niet zo overdonderd hebben, maar het was tijd. Goedendag.


Flensburger Heft nummer 4 over Muller, bomvol met vragen van lezers
Of deze ooit vertaald zal worden, is zeer de vraag

Zie ook het artikel bij de publicatie van de Nederlandse vertaling van het dagboek

Noten:

1. Hoog in hiërarchische zin; de geestwezens zijn streng hiërarchisch ingedeeld: de hogere wezens hebben een groter werkgebied, de lagere subs kleinere en meer specifieke.
2. Wezens die onder de wat hogere wezens werken heten zo. Zij voeren deeltaken uit. Müller heeft bijvoorbeeld tal van subs, zoals een wezen dat continu de verwarmingsketel ‘verzorgt’.
3. Vertaald en gecursiveerd door EVL uit: Gespräche mit Müller, feinstofflicher austausch mit geistwesenheiten, band I, Flensburger Hefte Verlag 2003, p. 62-63 en p82-84
4. Het steenwezen heeft met duur te maken; duur is verleden, heden, toekomst; het gaat maar door, breidt zich steeds meer uit, behoudt alles in zich als één geheel. Wezen en verschijningsvorm vallen samen. Duur verschilt van tijd in die zin, dat tijd het proces van wezen naar verschijningsvorm uitdrukt en individueel is. Erg lastige materie, ik ben er nog niet uit!
5. Alle wezens hebben zo hun geheel eigen afscheidsgroet. Echnaton, de vuurgeest zegt bijvoorbeeld: ‘Blijf rein als de vlam!’, de Natte zegt vaak ‘Bye-Bye’ omdat hij Engels zo mooi vindt, de Dennendame zegt ‘Goed hout!, het Papierwezen ‘Heb geduld!’
6. Zo heet de luchtgeest.