| |
|
|
| |
|
| |
|
| |
 |
| |
|
| |
|
| |
Over Zachariël
Artikelen
Contact
|
| |
|
| |
Links
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
Op
alle artikelen op deze website rust auteursrecht.
Overname zonder toestemming is verboden |
| |
|
| |
Copyright
publications.
Publication without permission not allowed. |
| |
|
| |
|
| |
Logo
by
Floor Bos en Edwin Schild. |
|
|
Verhalen
uit een ver verleden
Tolkien’s ‘In de Ban van de Ring’
Door Hugo Wormgoor
De literaire nalatenschap van J.R.R. Tolkien spreekt nog steeds
sterk tot de verbeelding. In de Ban van de Ring behoort tot de meest
gelezen boeken van de 20e eeuw. Eind 2001 verscheen de verfilming in
de bioscoop. Het verhaal maakt deel uit van een omvattender geheel,
zoals beschreven in de ‘Silmarillion’, waarin de oergeschiedenis
van een wereld bevolkt door elfen, mensen, hobbits, dwergen e.a. wordt
beschreven. Typerend is dat verhaald wordt vanuit een niet-antropocentrisch
perspectief; de mensen spelen niet de hoofdrol. Veel is gespeculeerd
over de mogelijke betekenis van deze verhalen. Dit artikel biedt een
boeiende visie vanuit de geesteswetenschap.
J.R.R.Tolkien (1)
Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar de inspiratiebronnen van Tolkien,
maar het lijkt afdoende te zijn aangetoond dat hij geen boeken heeft
gelezen noch directe gesprekken erover heeft gevoerd. Tolkien verzette
zich hevig tegen de vele allegorische interpretaties van zijn werk.
Iets anders is echter dat de fantasie van een schrijver exact kan zijn.
‘Exacte fantasie’ wordt in de geesteswetenschap aangemerkt
als de laatste en onbewust ondergane vorm van een eertijds sterke, maar
sinds vele milennia steeds zwakker wordende, niet door het Ik van de
mens gecontroleerde helderziendheid. Steekhoudend in dit verband is
dat Tolkien keer op keer heeft benadrukt dat de verhalen ontsproten
in zijn eigen geest, maar daarom nog niet puur subjectief waren: “…de
verhalen. Die ontstonden in mijn geest als gegeven dingen… en
altijd had ik het gevoel dat ik iets aan het optekenen was dat er al
was, niet iets dat ik verzon….”

J.R.R.Tolkien
Tolkien is een contrastrijk figuur. Hij was professor in de Angelsaksische
letterkunde te Oxford en wordt in wetenschappelijke kringen beschouwd
als een groot taalkundige. Hij verafschuwde het occultisme, maar ging
als overtuigd katholiek regelmatig te biecht. Zijn afkeer van het occultisme
was dan ook zeker niet eenduidig: “ Mijn verhalen zijn niet
nieuw: ze zijn niet rechtstreeks aan andere mythen en legenden ontleend,
maar ze moeten onvermijdelijk een grote mate van oude, wijdverbreide
motieven en elementen bevatten. Per slot van rekening geloof ik dat
legenden en mythen grotendeels van waarheid zijn gemaakt (..)”(2)
Voorts was hij voor zijn literaire werk paradoxalerwijze eindeloos in
de weer met tabellen en tijdberekeningen. Hij hield in zijn verhalen
de tijd nauwkeurig bij, tot en met de exacte vermelding van de maanstanden
en soms ook de stand van de Morgenster en enkele sterrenbeelden.

De Tzolkin: de 260-dagencyclus van de Maya
In verband hiermee is het curieus dat in de taal van de Maya , het
volk dat meer dan elk ander volk geobsedeerd werd door het verschijnsel
tijd, het woord Tzolkin ,’Dagtelling’, te vinden is. Ook
in het Chinees is dit te vinden als Tol’ki’ , waar het op
de 19-jarige cycli van exacte samenstanden van maan, zon en aarde betrekking
heeft. Dit zijn dan wel uitgerekend dé culturen waarin volgens
de geesteswetenschap de meest directe weerklank van een stuk oergeschiedenis
van de mensheid, Atlantis, te vinden valt. Er zijn meer overeenkomsten
te vinden, maar eerst is het zaak om iets van de inhoud van het verhaal
weer te geven.
Drie Ringen voor de Elfenkoningen op aard’
Zeven voor de Dwergvorsten in hun zalen schoon,
Negen voor de Mensen die de dood niet spaart,
Eén voor de Zwarte Heerser op zijn zwarte troon
In Mordor waar de schimmen zijn,-
Eén Ring om allen te regeren,
Eén Ring om hen te vinden,
Eén Ring die hen brengen zal en in duisternis binden,
In Mordor, waar de schimmen zijn
(Openingsgedicht In de Ban van de Ring)
Geschiedenis van de Ringen van Macht (3)
“ De grootste prestatie van handvaardigheid die in de Tweede
Era werd geleverd was de vervaardiging van de Ringen van Macht: de Drie
Ringen van de Elfen, de Zeven Dwergringen en de Negen Ringen van Sterfelijke
Mensen. De grootste van alle Ringen van macht was de Ene ring, die gewrocht
werd door Sauron van Mordor.
Het verhaal van hun vervaardiging is een vreemde geschiedenis van dorst
naar kennis, tezamen met een trots op handwerk dat op slechte doeleinden
wordt gericht. De elfensmeden van Eregion, de makers van de meeste grote
Ringen, stamden zelf af van Fëanor, die de Silmarillen in de Oudste
tijden had gemaakt. Zij werden bijgestaan in deze taak door Sauron van
Mordor, die op deze manier grote kennis verwierf, terwijl hij voorwendde
die uit te delen. Samen maakten zij de Negen en Zeven Ringen van Macht.
Een sterveling zou dit ‘magische’ Ringen hebben genoemd,
want evenals andere instrumenten van de elfen waren hun deugden niet
enkel die om als sieraad te dienen. De Grote Ringen , de Negen en de
Zeven, hadden machtige eigenschappen: zij schonken een lang leven en
vele uiteenlopende vermogens van de geest en de hand. Maar Saurons hand
rustte eveneens op hun vervaardiging, met uitzondering van de voornaamste
Dwergenring, en zo werden deze inherente vermogens veel meer vervormd
dan de Elfensmeden hadden bedoeld. Zij zouden alle onderhevig blijken
aan de Ene Ring die Sauron van plan was te maken. Maar voor hij dat
deed vervaardigde Celebrimbor, het hoofd van de Elfensmeden, de Drie
Ringen van de Elfenkoningen, groter dan de andere Ringen van Macht,
en Sauron had geen deel aan hun vervaardiging. Celebrimbor begeerde
geen macht voor Elfen, louter het vermogen om te maken, te helen en
te bewaren. Sauron raakte de Drie nooit aan en ook kreeg hij ze nooit
onder ogen. “
“Sauron was echter alles al te weten gekomen wat hij voor
zijn eigen doeleinden nodig had en tien jaar later, ver weg in Mordor,
in de Kamers van Vuur in de kegel van de vulkaan de Orodruin, schoof
hij de pas ge-smede Regerende Ring aan zijn vinger en herhaalde de Ringformule
die zijn schepping tot leven zou brengen. Op hetzelfde ogenblik werd
Celebrimbor zich van het verraad bewust en verborg de Drie snel. Maar
hoewel deze werden gered, werden de Zeven en de Negen door Sauron buitgemaakt
en verspreid. Door zijn macht was Sauron in staat de dragers van de
Negen te beheersen en te bevelen( zij werden de Negen Ringgeesten).
De dragers van de Zeven kreeg hij nooit geheel in zijn macht, maar deze
Ringen waren door zijn invloed sterk gecorrumpeerd en hun potentieel
gunstige werking ging voor de Dwergen grotendeels verloren.”

Kaart van Midden-Aarde
“De Drie werden nooit door de Regerende Ring beïnvloed,
omdat hun eigenaars ze nooit droegen zolang Sauron de Ene behield. Toen
deze aan het eind van de Tweede Era van hem werd afgenomen, werd deze
beperking op de Elfenringen opgeheven en hun dragers konden ze voor
het grootste deel van de Derde Era gebruiken voor de doeleinden waartoe
Celebrimbor ze oorspronkelijk had bestemd. Maar toen de Ring opnieuw
gevonden werd, bevonden zij zich opnieuw in groot gevaar, want als Sauron
zijn Ring opnieuw had teruggekregen, zou alles wat de Drie gedurende
die Era hadden bewerkstelligd , aan hem geopenbaard zijn. “
“Aan het begin van de Oorlog om de Ring beheerste Sauron de
Negen en feitelijk drie van de Zeven Ringen van Macht, aangezien ze
toch door zijn werk gecorrumpeerd waren (vier waren in tussentijd, juist
door die corrumpering, tezamen met hun ongelukkige eigenaars door de
Draken opgegeten). De Drie kon hij negeren, want hij had slechts de
Ene nodig om zijn overwinning op de Vrije Volken volledig te doen zijn.
Hoe deze Ring hem ondanks zijn beste pogingen werd onthouden en tegenover
zijn gewapende macht werd vernietigd, vormt onderwerp van het Verhaal
van de Ring. “
De Mens
Het zal een ieder opvallen die thuis is in de leringen van Vrijmetselarij,
Theosofie, Antroposofie of het Rozenkruis, dat de aantallen door Tolkien
geïntroduceerde ringen, 1-3-7-9, geheel corresponderen met de aantallen
die ontstaan als de mens wordt geleed in wezensdelen. De (Ene) mens
blijkt als als wezen dat door God de Vader is ‘gewild’ een
drievoudig samengesteld wezen, bestaande uit Geest, Ziel en Lichaam.
De zevenvoudigheid is terug te vinden in het fysieke lichaam met als
geestelijke ontwikkelingskiem Atma, een etherisch lichaam met als geestelijke
kiem Buddhi, een astraal lichaam met daarin als geestelijke kiem Manas,
en bovendien een Ik dat zichzelf aanvankelijk nog niet bewust is. De
negenvoudigheid valt te vinden als men naast de genoemde lichamen en
geestkiemen nog de drievoudigheid in de ziel onderscheid: gewaarwordingsziel,
verstands-gemoedsziel en de bewustzijnsziel. Dit zijn dan als het ware
negen te ontwikkelen ‘voertuigen’, nodig om tot volledige
menswording te komen.
Deze onderverdeling zonder meer in verband brengen met de Ringen zou
simplistisch en triviaal zijn en Tolkien’s werk tot een allegorie
verlagen - iets waartegen hij zich tot het uiterste verzette. Tolkien
voert de Ringen ten tonele als op zichzelf staande magische attributen
om mee te arbeiden, gedragen en gehanteerd door ook weer op zichzelf
staande en niets symboliserende goede of kwade individuele machten van
uiteenlopende soort. Anderszijds kan de overeenkomst niet afgedaan worden
als een toevalligheid; er is natuurlijk een verband. Dit kan echter
alleen voortvloeien uit een duiding van de Ringen als magische amuletten.

Het op aarde werpen van de draak zoals verbeeldt door Gustave Doré
(ca. 1865)
Steiner’s bespreking van een bekend beeld uit de Apocalypse
van Johannes biedt hiertoe een ingang. (4) Het betreft het beeld van
‘De Vrouw met de Zon bekleed’ (Sophia-Maria) die de zevenkoppige
Draak vertreedt, terwijl zij een kind baart. De Draak wordt op aarde
geworpen en gaat alsnog over tot vervolging van moeder en kind, die
moeten vluchten in de woestijn. Steiner wijst erop dat dit visioenbeeld
vele malen in de aarde-ontwikkeling werkelijkheid is geworden, maar
dat dit twee keer op een echt apocalyptische en wereldomwendende wijze
is gebeurd. De eerste keer was dat het geval in het tweede deel van
het Atlantische tijdperk, toen de mens al zijn voertuigen al had en
op het pad van zelfbewustwording werd gezet. Sophia gaf toen als etherische
zonnemoeder geboorte aan de etherische Jezusgestalte, die later door
de Grieken Apollo werd genoemd en door de Indiërs Krishna. De tweede
keer was dat het geval tijdens de Grieks-Joodse cultuurontwikkeling
van ons, na-Atlantisch, tijdperk. Maria was toen een fysieke aarde-moeder
en het kind dat zij baarde was de fysieke Jezusgestalte, die later bij
de doop in de Jordaan de Christus in zich opnam.
Laten we ons eerst op de vraag concentreren waartoe de etherische geboorte
van Jezus-Apollo in Atlantis diende: “Het optreden van Jezus-Apollo
in Atlantis was nodig om eerst harmonie te brengen in de jonge menselijke
zintuig- en levensorganen en vervolgens ook in de jonge menselijke zielekrachten.
Hierdoor werd indirect óók harmonie geschapen in de zintuig-
en levensorganen en het zielewezen van de overige aardse natuurrijken.
Wereld en mensheid dreigden toentertijd, vanwege een jeugdige overvloed
van door het kwaad misleide levens- en zielekrachten, uit de band te
springen en teloor te gaan. “(5)

Apollo wordt vaak afgebeeld met lier en pijl en boog, begeleidt
door dolfijnen
Laten we ons voor een verder begrip wenden naar wat vanuit de Griekse
mythologie bekend is over Apollo. Apollo was de Griekse God van het
licht en de zon. Hij werd ook wel Phoibos, genoemd, ‘de Stralende’
. Hij was Zeus’ voornaamste zoon en gold voor de mensen als de
reiniger van het met schuld beladen geweten. Meer specifiek werd hij
aangemerkt als ‘Genezer door middel van zang en licht’,
ook als ‘Muizenverdelger’ (de muizenissen in de mensenziel),
en als de ‘Doder van de Phallusdraak en de Baarmoederslang’
(als omvormer van verworden seksualiteit). Bovenal werd hij genoemd
de ‘Mousagètes’, de ‘Muzenleider’. Al
zijn arbeid bracht hij tot stand met behulp van de zogenaamde muzen.
Onder een muze werd en wordt een inspiratrice verstaan, een vrouwelijk
gedachte etherische impuls of krachtstroom. De Grieken onderscheiden
de muzen op drievoudige wijze: Eén oppermuze, Aoedé, de
muze van klank en zang. Zij maakt deel uit van de drie hoofdmuzen met
Mnemé, muze van het geheugen, en Meleté, muze van de gedachte.
Daarnaast is sprake van negen andere muzen, gerelateerd aan een specifiek
kunstzinnig domein, o.a. Terpsichoré, muze van de dans, Polyhymnia,
muze van de hymne, en Calliopé, muze van de epiek. De middeleeuwse,
sterk Grieks georiënteerde Neo-platonici van de school van Chartres
zagen op de Apollonische muzen terug als een zevental en zij noemden
hen ‘moeders’. Voor hen waren dit wezens die vanaf oeroude
tijden mens- en aarde-ontwikkeling hadden geordend en onderhouden, opdat
de mens tot zelfbewustzijn kon komen; - maar die nu, in Christelijke
tijden, de mens aansporen tot het beoefenen van de zeven wetenschappen
(door hen nog eerder opgevat als kunsten) en tevens het betrachten van
zeven deugden die tot zelfverwerkelijking voeren. Zij spraken nu niet
meer van Aoedé, maar van moeder Natura, die voor hen uiteenviel
in: Grammatica (hetgeen zij in verband brachten met de Zon en de deugd
gerechtigheid), Dialectica (Maan, moed), Retorica (Jupiter, hoop), Arithmetica
(Mercurius, matigheid), Geometria (Mars, kracht), Musica of Harmonia
(Venus, welwillendheid), Astronomia (Saturnus, vertrouwen).
Aldus ziet men hier wederom de 1-3-7-9 indeling verschijnen. We zitten
op een spoor, maar hebben de Ringen nog niet beet.

De kathedraal van Chartres: oud middelpunt van de middeleeuwse school
Tegenbeelden
‘Het Kwaad’ is niet bij machte zelf iets nieuws te scheppen.
Het plagieert ‘het Goede’, door van een deel daarvan het
tegendeel, het spiegelbeeld op te roepen. Zo plagieerde het de fysieke
menswording van Jezus-Christus uit een fysieke aardemoeder Maria bij
het begin van onze jaartelling en diens latere fysieke optreden, tot
ethergebeurtenissen: vele eertijdse gnostieke sekten ontkenden de fysieke
geboorte en het fysieke optreden van Christus en repten hiervan als
manifestaties in de etherwereld. Hieraan analoog is het dan logisch
om te veronderstellen dat ‘het Kwaad’ dan in Atlantis het
etherische optreden van Apollo en de muzen plagieerde door het optreden
van beiden te dupliceren in de fysieke sfeer. Men kan dan in Atlantis
het optreden van een fysieke anti-Apollo c.q. anti-Jezus vermoeden.
En waar dan onder 1-3-7-9 muzen evenzovele vrouwelijke, mondiaal-etherische
inspiratrices worden verstaan als de geïndividualiseerde wezensdelen
van Apollo, - dan is daarvan welhaast onbetwist het tegenbeeld te vinden
in een stelsel van 1-3-7-9 fysieke, niet als individueel te ervaren,
vrouwelijk-ronde voorwerpen met vergelijkbare werkingen. Ringen dus.
Het loont om hieromtrent bij de theosofie te rade te gaan: “..
in die tijd waren de grote beschaafde naties van Atlantis in twee tegenover
elkaar staande partijen verdeeld, de ene beschouwde de Oude Stad met
de Gouden Poorten nog altijd als hun heilige metropolis en handhaafde
de traditionele eredienst van hun cultuur, de Zonnedienst… en
deze partij… de Tolteken… werd geregeerd, al sedert duizenden
jaren, door de Witte Keizer en zijn geslacht… De andere partij…,
hoofdzakelijk bestaande uit Turaniërs, werd gevormd door een federatie
van verderaf gelegen vazalkoninkrijken die zich geleidelijk aan van
het gezag van de Witte Keizer hadden losgemaakt. Zij groepeerden zich
rond een man.. met vreemde en verkeerde kennis, een Heer van het Duistere
Aangezicht, die verbonden was met de duistere aardgeesten …
Dit wezen Oduarpa genaamd (wat zoveel betekent als Manipulator, de Korrumpeerder
van de Od, de ether. HW), eerzuchtig en sluw, had begrepen dat, om de
federatie sterk genoeg te maken om zich tegen de Witte Keizer te kunnen
verzetten, gebruik moest worden gemaakt van zwarte magie.. Tenslotte
slaagde hij erin een zeer groot leger bij elkaar te brengen, geleid
door helse dienaren,- spookachtige omvormingen van wezens tot zwarte
tovenaars in deels dierlijke vormen.. en zo trok hij ten strijde.. Wanneer
een slag woedde en de uitslag twijfelachtig was, liet hij deze duivelse
dienaren los.. Zij verlamden hun vijanden door vrees, veroorzaakten
paniek, en verscheurden alles en iedereen… Hij triomfeerde over
de Stad met de Gouden poorten, maar zijn triomf was van korte duur…
Tegen hem trad op (die genoemd wordt) de Vaisvata Manu en deze herstelde
het bestuur van de Witte Keizer, door voor dat ambt een vertrouweling
aan te wijzen. Oduarpa kwam om toen de toren, waarin hij na zijn nederlaag
was gevlucht, in brand werd gestoken… Een tijd lang keerde in
Atlantis de vrede weer. Maar langzamerhand herkreeg het kwaad de overhand
en werd het zuidelijk middelpunt weer sterk, totdat tenslotte de Heer
van het Duistere Aangezicht weer in een nieuwe incarnatie verscheen,
weer tegen de Witte Keizer van die tijd vocht en zijn eigen gezag in
diens plaats stelde. Toen werd door het hoofd van de Witte Raad de Veroordeling
uitgesproken.. En de Witte Keizer, de Grote Koning van het Stralende
Aangezicht, gaf kennis aan zijn medebe-stuurders: Bereidt u voor. Staat
op, gij mannen van de Goede Wet, en trekt over het land weg, nu het
nog droog is… En zij gingen, hun vorsten in vimanya’s (archaïsche
vliegtuigen). Het uur had geslagen, de duistere nacht viel… Overstromingen
en ontploffingen en aardbevingen vernietigden Atlantis “ (6)
(voor de tweede, voorlaatste maal. HW ) (7)

Vele tekenaars hebben zich laten inspirereren door Tolkien: hier
Minas Tirith (auteur onbekend)
Onmiskenbaar bevatten deze fragmenten over Atlantis vanuit de theosofie
elementen uit in de Ban van de Ring. Het is niet moeilijk om de Stad
met de Gouden Poorten, met zijn kringen, waterwerken en citadel, tot
in detail te vereenzelvigen met Minas Tirith; om de Witte Keizers van
die stad te vereenzelvigen met diens vorsten. Om Oduarpa te vereenzelvigen
met Sauron en Oduarpa recidivis (‘teruggekeerd’) met Sauron
recidivis. (8) Om de helse dienaren van Oduarpa te vereenzelvigen met
Saurons Ringgeesten (en Balrogs, etc.) ; om de hiërarchie te vereenzelvigen
met de Witte Raad van Istari en Eldarvorsten. Om de Vaisvata Manu te
vergelijken met Gandalf en diens vertrouweling met Aragorn. Om de toren
van Oduarpa te vergelijken met Saurons Barad Dur; om de (tweede) vernietiging
van Atlantis te vergelijken met de afloop van ‘het Midden-aarde
van de derde era’ waarna de laatste Eldar wegtrekken als Mordor
fysiek vernietigd is, etc.etc. De geesteswetenschap beschrijft dus het
optreden in Atlantis van een fysieke anti-Apollo. (9) En wat meer is,
deze anti-Jezus-Apollo bezit daarbij een profiel van Sauron, tezamen
met alle overige vergelijkbare omstandigheden. Echter; de volgorde van
de gebeurtenissen is een andere dan die rondom Sauron, en van de ringen
van macht wordt niet gerept. Met name dit laatste is een manco, maar
een boeiende aanwijzing valt in Midden-Amerika te vinden. Uitgerekend
die volkeren die in onze mensheidsbedeling rechtstreeks afstammen van
de Atlantische Oertolteken; de Midden-Amerikaanse Olmeken, Tolteken,
Maya’s en Azteken herinneren zich in hun oppergod Ometeotl of
Taotl een god die genoemd wordt ‘Heer van de Ring’. “Van
deze god wordt voorts gezegd dat hij onder meer heer was van de 9 Bolontiku,
de 9 Tijdkringgeesten of Heren van de nacht.” (10)

Ometeotl
Ometeotl-Taotl wordt in de overgeleverde indiaanse teksten zeker niet
eenduidig omschreven. Waar Ometeotl-Taotl een goed witmagische oppergod
was en is, kan hij vergeleken worden met Apollo (en heette hij in feite
Tao), in zijn boze, zwartmagische optreden (vooral bij de Azteken),
met Sauron-Oduarpa.
Blijft de grote vraag waarom Tolkien de hobbits zo’n grote rol
toebedeelt, terwijl de geesteswetenschap de mensen centraal stelt. Hier
is welzeker een antwoord op gevonden, maar het zou een uitvoeriger artikel
vergen, omdat het raakt aan nog grotere, met name toekomstgerichte verbanden.
De 20e eeuw
Aangenomen dat hiermee ‘In de Ban van de Ring”’ enigermate
is geduid, moet ook de vraag aan de orde komen waarom iemand als Tolkien
juist in de 20e eeuw met een dergelijk werk op de proppen komt. Nu blijkt
dat hier vooral vanuit de antroposofie wat over te zeggen valt, (onder
het voorbehoud dat dit niet met volkomen stelligheid geponeerd wordt).
Voor Steiner kenmerkt onze tijd zich erdoor dat vanaf de jaren ‘30
mensen in staat zouden zijn om Christus in de etherwereld waar te nemen;
ofwel met behoud van Ik-bewustzijn in de etherwereld waar te kunnen
nemen.
Van dit waarnemen van de etherische Christus gaat een grote enthousiasmerende
werking uit tot in de verre toekomst, waarbij men gaandeweg de fysieke
wereld en zichzelf kan gaan omvormen opdat men als zelfstandig wezen
de werelden van de geest kan leren betreden en daarin uiteindelijk zelf
mede-scheppend werkzaam kan zijn. De 20e eeuw is daarin een soort omslagpunt,
mede te herkennen aan het in zekere zin culmineren van het individualiserings-proces.
Mensen kunnen zelfstandig keuzes maken en op basis van eigen, niet opgelegde
moraliteit hun eigen ontwikkelingsweg vormgeven.
In verband met al het voorgaande kan men zich dan afvragen of niet naar
analogie van de fysieke Ringen als tegenbeelden van specifieke etherkrachten,
nu fysieke tegenbeelden zullen optreden van de te ontwikkelen vermogens
om de etherwereld te betreden. Deze laatste zou men kunnen zien in de
toenemende verbazingwekkende vermogens die de huidige technologische
vooruitgang ons biedt. Zo zijn TV en radio eenvoudig te duiden als fysieke
afbeeldingen van helderziende en helderhorende vermogens, en kan men
zich afvragen hoe het zit met computers, gentechnologie en orgaantransplantatie.
Onderzoek naar een eventueel onderscheid op basis van 1-3-9-7 zou wel
eens fascinerende inzichten kunnen bieden.
Een andere relevante vraag is of nu als tegenbeeld van de etherische
Christus een fysieke anti-Christus zal optreden. Belangrijk is hierbij
in het oog te houden dat het destijds in Atlantis om totaal andere mensheids-
ontwikkelingen ging en toch de plagieergedachte ter hand te nemen. Een
dergelijk figuur zal dan bij uitstek het fysieke als uitgangspunt nemen
en wellicht als grote wonderdoener en vredebrenger te boek komen te
staan. Steiner zelf schatte in dat een dergelijk figuur inderdaad zou
optreden, hetzij bij het eind van de 20e eeuw, hetzij later. Nemen we
deze gedachte serieus, dan is Tolkien’s werk verschenen als waarschuwing,
als herinnering aan vergelijkbare tijden. Zo bekeken krijgt men het
toch ongemakkelijk dat uitgerekend nu, in deze chaotische tijd, de verfilming
verschijnt.

Dit artikel is samengesteld door EC Bakker op basis van het boek
‘Thule’ van Hugo Wormgoor, waaruit letterlijk is geciteerd.
Alleen de overpeinzingen omtrent de 20e eeuw zijn (in overleg) toegevoegd.
In het boek wordt nader ingegaan op de vraag wie de hobbits zijn. Het
is nog beperkt verkrijgbaar via de website van Hugo W.: zie www.hudiwoga.nl
Dit artikel werd gepubliceerd in Bruisvat 6, 2001 In het tijdschrift
Prana verscheen in 2004 een vergelijkbaar artikel met nog wat extra
(zeer interessante) informatie. Dat artikel is ook op Hugo's website
te vinden.
Andere boeken van Hugo Wormgoor zijn o.a.: ‘De Alchemische Bruiloft
Ontcijferd’ 1998, uitgeverij Metamorfose,Rotterdam, alsmede ‘Kitesj
en de Russische Graalslegenden’, 1988, Uitgeverij de Ster, Breda.
Noten:
(1) Johan Ronald Reuel Tolkien, geboren in Bloemfontein, Zuid-Afrika,
1892-1973. In 1937 verscheen ‘The Hobbit’als voorloper van
de trilogie ‘The Lord of the Rings’ in 1954-55.
(2) Citaten uit ‘De Brieven van Tolkien’, G.Allen &
Unwin, 1981, Uitgeverij Spectrum. Cruciaal in het leven van Tolkien
zijn diens ervaringen in de Eerste Wereldoorlog; in de loopgraven bij
de Somme. Hijzelf nam deel aan het grote offensief in juli 1916, kreeg
in oktober loopgravenkoorts, bleef ziek en keerde niet terug naar het
front. Vrijwel al zijn studievrienden verloren daar het leven. Thuis
zette hij zich vrij snel aan het schrijven van de Silmarillion. Hij
wilde (aanvankelijk?), naar eigen zeggen, in nagedachtenis van zijn
vrienden een ‘Mythologie van Engeland’ schrijven.

Tolkien als officier in 1916
(3) Ontleend aan de Tolkien Lexikon, J.Tyler, 1980, Uitgeverij Spectrum
(4) ‘De Priester- Apocalypse’, 1982, Cagliostro, Rotterdam
(5) ‘Leitfaden durch 50 Vortragszyklen Rudolf Steiners’,
door A. Arenson, blz.410
(6) ‘De Mens; zijn Afkomst, Wezen en Toekomst’ door A.Besant
en C.W.Leadbeater, uitgave nog van voor 1933, Minerva, Batavia
(7) Ontleend aan ‘Atlantis’, H.Gsänger, Verlag die
Kommenden, Freiburg
(8) In de antroposofische literatuur valt dit optreden van Oduarpa te
vinden als het ‘verraad van het Vulcanus-mysterie’. Het
accent ligt hierbij zelfs op een tweevoudig verraad: dit staat weer
geheel in de pas met het overlopen van Saruman naar de kant van Sauron.
Zie G.Wachsmuth, Werdegang der Menschheit, 1953, Dornach.
(9) Vergelijk ook de Openbaringen van Johannes, 5e bazuin, omtrent de
sprinkhanen die uit de put van de afgrond komen: “Zij hebben boven
zich tot koning de engel des Afgronds; zijn naam is in het hebreeuws
Abaddon, en in het Grieks Apóllyon.”
(10) ‘Mexican and Central American Mythology’, P. Hamlyn,
1967, New York, alsmede de ‘The Mayanfactor’, blz.35,79,
Bear and Company, Santa Fé
|