|
![]() |
| Zachariël> Artikel |
|
22/06/05
printversie:
Beeld van een tijdsgedrocht De gemeenschap als norm Door EB v Loon ‘Intolerant tegen intolerantie’ ‘Bedrijfsleven moet vetzucht tegen gaan’ ‘Verbod aparte zwemles meisjes;’ het zijn een paar krantenkoppen van de afgelopen periode. Wat ze met elkaar delen, is het streven naar eenvormigheid in gedrag en woord. Maar welke prijs moet betaald worden om gezamenlijkheid tot norm te verheffen? Ebeth van Loon ging op zoek naar een paar antwoorden en ontdekte hoe het gedachtegoed van Amitai Etzioni, bekend gemeenschapsdenker en inspirator van Balkenende, exemplarisch is voor het jaren-50 spook dat rondwaart in ons land. Begin 2004 keek ik naar ‘De waardenfluisteraar’, een documentaire van het VPRO programma Tegenlicht.(1) Daarin werd de invloed van het communitaristische gedachtegoed van Amitai Etzioni op Balkenende getoond. Volgens deze joodse socioloog moet niet de overheid, maar de gemeenschap de norm bepalen in een samenleving; dat wat men déélt met elkaar, wordt het morele uitgangspunt. De werkvorm daarvoor is de dialoog. Zijn kernwoorden vormen een mooi plaatje; gemeenschappen, zoeken naar wat je deelt, de dialoog aangaan. Een andere indruk die gegeven wordt, is dat de overheid een meer faciliterende rol krijgt toebedeeld en het zwaartepunt decentraler komt te liggen, bij de gemeenschappen. Onder een heel aantal politici geniet Etzioni respect en invloed. Zo hebben bijvoorbeeld Bill Clinton, Tony Blair, Joska Fischer en Gerhard Schröder zich door hem laten inspireren. Bij Blair en Schröder’s bekende ‘Derde Weg’, tot uitdrukking komend in het ‘Nieuwe Midden’ manifest voor de Europese sociaal-democraten in 1999, is het communitaristische gedachtegoed al in de naamkeuze te vinden: ‘Tussen markt en absoluut overheidsdenken in’.
In Nederland zijn uiteenlopende beleidsmakers gecharmeerd van de gedachten van Etzioni. In de documentaire komt bijvoorbeeld VVD-er Joris Voorhoeve aan het woord. Samen met een select, maar politiek zeer divers gezelschap had hij net Etzioni aangehoord. Het sprak hem erg aan, ‘Want naast staat en markt is er ook de maatschappij’ en ‘Ik deel de nadruk die op dialoog gelegd wordt.’ Een heel zware buil kan je niet vallen, met zulke uitspraken. Tweede gezicht: de geschriften van Etzioni Op het eerste gezicht klinken Etzioni’s woorden acceptabel voor ongeveer iedereen. Maar op het tweede gezicht? Hoe zien zijn ideeën over gemeenschap, moraliteit en samenwerking er concreet uit, en wat betekenen ze voor de plek van het individu, als je ‘de gemeenschap’ normatief leidend laat zijn voor de inrichting van de maatschappij? Via internet belandde ik op Etzioni’s website en kreeg meerdere voorbeelden onder ogen.(2) Zo bleek hij zich onder andere gebogen te hebben over het vraagstuk van de jeugdcriminaliteit. Hij stelde voor om jeugdige delinquenten kaalgeschoren en in hun onderbroek naar hun familie terug te sturen en vervolgens hun misdragingen met naam en toenaam op lokale TV en kranten te vermelden. De schaamte die dat veroorzaakte en de angst om door hun gemeenschap verstoten te zullen worden, zou ze wel weerhouden van nog een uitglijder. Een ander voorbeeld van deze denkrichting is te vinden in Etzioni’s epistel: ‘Orgaandonatie: een communitaristische benadering’.(3) Het is een praktisch artikel, waarin allerlei tips staan die moeten leiden tot meer orgaandonaties. Het streven is om ‘ van orgaandonatie een daad te maken die mensen doen omdat ze het rekenen tot hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, iets dat een goed mens doet, vergelijkbaar met vrijwilligerswerk, donaties voor een goed doel, niet parkeren op plaatsen voor gehandicapten, recycling, je auto niet wassen als er watergebrek is, etc.’ (4) Een van zijn aanbevelingen is om op internet een ‘Boek van Donoren’ te zetten. ‘Allereerst, het zou maatschappelijke erkenning geven aan degenen die doneren. Ten tweede zou het milde maatschappelijke druk leggen op degenen die nog niet naar voren gestapt zijn.’ Over (o.a.) moraliteit en gemeenschap sprak Etzioni op 7 september 2004 in Den Haag, waar hij als hoofdspreker uitgenodigd was op het door Balkenende geïnitieerde Europese normen en waarden symposium ‘Europa, een prachtig idee’. Een gemeenschap is volgens hem een sociale entiteit, waarbinnen morele cultuur, waarden, rechten en plichten gedeeld worden. Hij vindt dat mensen zich niet alleen aan de wettelijke voorschriften moeten houden, maar ook aan de waarden per cultuur; ‘Alle burgers delen een plicht om de culturele erfenis van hun natie te verzorgen en hoog te houden, ook als ze deze willen aanvullen en verrijken’. We verkeren volgens hem op dit moment in een morele crisis; de sterke gezamenlijke morele waarden uit de jaren 50, die door vrijheidsbewegingen verdwenen zijn, hebben plaatsgemaakt voor morele anarchie: ‘Het probleem is niet dat deze bewegingen het oude regime omvergeworpen hebben, maar dat er geen nieuwe algemeen geaccepteerde morele deler geformuleerd is. Het morele vacuüm dat hiervan het gevolg was, leidde tot het vieren van eigengereid, individualistisch gedrag, verder gepromoot tijdens de jaren 80- door het Thatcherisme en Reaganisme; tot de notie dat als iedereen alleen voor zichzelf zorgt, niet alleen de economie maar ook de maatschappij wel zou varen, een absurde en antisociale notie. Hetzelfde vacuüm bedreigt nu de sociale orde en nodigt religieus fundamentalisme uit, terwijl meer en meer mensen zich bedreigd voelen door het gebrek aan morele waarden, om hun leven te begeleiden, om hun commitment aan hun kinderen te definiëren, van kinderen naar hun ouders, van mensen naar hun buren en de gemeenschap in het groot. De tijd is gekomen om het dogma angst te overwinnen, de angst dat proberen om een nieuw gedeelde moraal te formuleren zal leiden tot een terugkeer naar de traditionele, autoritaire waarden van de vijftiger jaren of erger-naar een soort pre 1945 totalitaire ideologie. Het gevaar nu is er niet een van moralistische excessen, maar van morele anarchie. De tijd is rijp om de verantwoordelijkheden te definiëren die we hebben naar elkaar toe, niet alleen de rechten die wij opeisen; de erkenning dat sterke rechten sterke plichten veronderstellen.’ (5)
Het meest recente thema van Etzioni is ‘mondiale architectuur.’ Naast zijn gastsprekerschap op bovengenoemd symposium, (waar hij zich lyrisch uitliet over de EU, die volgens hem een voorbeeldfunctie te vervullen heeft voor de rest van de wereld) schreef hij meerdere artikelen over het onderwerp. Er verscheen een boek in 2004, met een lovende recensie van Balkenende op de achterkant. De titel luidde: ‘From Empire to Community, a new approach to international communities.’ Etzioni pleit daarin voor een toename van ‘transnationale gemeenschappen’; parlementen zoals de EU en de VN, waar besluiten worden genomen over alles wat gevolgen kan hebben die verder strekken dan de nationale grenzen. Transnationale instituties vormen voor hem duidelijk het ideaalbeeld. Zij vormen de wereldgemeenschap, omdat er afgevaardigden uit de hele wereld zitting in hebben. De leidraad voor deze instituten dient de mondiale morele deler te zijn. Zeer interessant is dat Etzioni vindt dat de westerse waarden van vrijheid en democratie aangevuld dienen te worden met algemene waarden uit het Midden Oosten, te weten: meer respect voor autoriteit en inzet voor de gemeenschap.(6) Analyse Tot zover Etzioni zelf over deze onderwerpen. Wat opvalt bij de eerste
twee voorbeelden over gewenst gedrag van mensen, is dat hij schaamte
als regulerend mechanisme bij groepen gebruikt om de in zijn ogen moreel
wenselijke doelen te bereiken.(7) Dat is nogal wat. Hoewel hij zelf
beweert niet terug te willen naar de jaren 50, wordt hier regelrecht
de emancipatiegolf van de jaren 60-70 aangevallen; alle bewegingen die
zich ontrukt hebben aan de algemeen geldende norm in die tijd, zoals
de homo’s, provo’s en punkers.(8) In zijn toespraak over
gemeenschappen is Etzioni zo slim om te zeggen dat men niet bang moet
zijn dat deze bewegingen te niet worden gedaan. Maar in zijn vervolgbetoog
verraadt hij zichzelf; het probleem is, dat er vervolgens niet een nieuwe
algemene normen- en waarden deler voor in de plaats is gekomen! De inhoud
ervan zal inderdaad nu waarschijnlijk anders zijn dan in de jaren 50,
maar de werking en plaats die deze volgens Etzioni in de maatschappij
moet innemen is centraal en dwingend, geldend voor iedereen. Bij Etzioni’s ideeën over transnationale gemeenschappen duikt weer het eerste en tweede gezicht op. Het eerste is dat van de wereld als één grote gemeenschap; iedereen die met iedereen samenwerkt en verbonden is. In tweede instantie wordt zichtbaar dat hier een betoog gehouden wordt om bepalende normen en waarden niet alleen door nationale, maar zelfs transnationale instituten vast te stellen, waar iedere burger waar ook ter wereld zich vervolgens aan dient te houden. De eerste indruk dat er bij dit gemeenschapsdenken sprake is van een decentraliserende beweging naar de maatschappij tóe, blijkt dus absoluut niet te kloppen. De nationale overheid verliest haar besluitvormende bevoegdheid niet aan de burgers, maar omgekeerd aan het opgaan in een soort wereldgemeenschap; het afstaan van autoriteit naar boven toe. Het uitgangspunt is: hoe groter de gemeenschap, hoe groter de algemene deler, hoe beter. Met elke stap die hierin gezet wordt, neemt een verhoudingsgewijs kleinere groep beleidsmakers over een grotere groep burgers besluiten. Het democratische gehalte van de samenleving erodeert onder je ogen. Het is op zijn minst verbazingwekkend dat dit wordt gepromoot onder de noemer van ‘terug naar de gemeenschap’. Balkenende en Nederland Laten we kijken in hoeverre Etzioni’s ideeën exemplarisch zijn voor Nederland anno nu. In het afrondende debat over normen en waarden dat kortgeleden plaatsvond in Den Haag, werd door meerdere politici lacherig gedaan over Balkenende’s pleidooi voor de herwaardering van stoepje vegen, je buurman groeten en andere persoonlijk gedrag.(10) De VVD moest er niets van hebben, Groenlinks, de SP en PvdA riepen om meer aandacht voor het ‘Grote Fatsoen’ zoals de bestrijding van armoede en dat soort zaken. Het gaf een nogal misleidend beeld, dat verhulde dat de kern van Balkenende’s normen en waardenvisie door vrijwel de hele kamer, van links tot rechts, gedeeld wordt. Samengevat luidt deze dat de overheid de hoeder is van de normen en waarden in de samenleving en dat zij deze met maatregelen moet versterken en verdedigen. Nu heeft de Nederlandse overheid altijd al wel een normerende houding gehad, maar tegenwoordig lijkt het hek echt helemaal van de dam. Zo stond in de krant, pal naast het verslag over het normen en waardendebat,
een stuk met de kop: ‘Ongezond leven is geen recht’. De
VVD bewindsman Hoogervorst gaf in een interview aan dat hij het ‘ongebreideld’
gebruik van de gezondheidszorg door ongezond levende mensen ‘onverantwoord’
vindt. Geen partij die hierover in de gordijnen is gesprongen. Naast
de gezondheidszorg, is de toenemende normerende houding van de overheid
ook zichtbaar ten aanzien van onderwijs en tal van algemene voorzieningen.(11)
Neem het recente politieke idee in Amsterdam om gematigde moslimliteratuur
te gaan verspreiden, of een D’66 staatssecretaris die roept dat
alleen educatieve spelletjes thuis horen op het publieke net. Neem de
voorstellen rond wijziging van grondwetsartikel 23 dat de vrijheid van
onderwijs garandeert. Sterk leeft daarbij het voornemen om alleen algemeen
openbaar onderwijs nog te financieren, omdat kinderen daar de ‘juiste
inhouden’ geleerd krijgen. Het CDA is nog tegen, maar eventueel
vóór als de christelijke scholen nog wel betaald worden.
Het tweede deel van Balkenende’s normen en waardenvisie gaat, geheel in lijn met Etzioni, over een andere verdeling van verantwoordelijkheden en het belang van sterkere plichten. Ook dit vindt navolging in Den Haag, zij het dat op dit onderdeel de SP en Groenlinks een andere mening zijn toegedaan. De rest, inclusief de PvdA, deelt de opvatting dat de verzorgingsstaat verleden tijd is en dat van de mensen van tegenwoordig verwacht mag worden dat ze zelfredzamer zijn en meer ‘eigen verantwoordelijkheid’ nemen.(12) Zo hield Balkenende januari jongstleden op de Bilderbergconferentie van de Christelijke Werkgeversstichting VNO-NCW een toespraak met de titel: ‘Op eigen kracht; van verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij’.(13) ‘De verzorgingsstaat sloot goed aan bij een industriële samenleving die nog sterk hiërarchisch van karakter was en waarin arbeidsrelaties heel constant waren. De netwerksamenleving van nu - met geëmancipeerde burgers en dynamische arbeidsrelaties- vraagt om meer vrijheid en verantwoordelijkheid voor bedrijven en werknemers. Solidariteit krijgt gestalte in kleine collectieve verbanden’. De wat vage woorden van Etzioni, dat overheidstaken door gemeenschappen moeten worden overgenomen, worden hier concreet gemaakt: het bedrijfsleven wordt als typische gemeenschap gepresenteerd, die het moet gaan doen.(14) Deze zienswijze is onder andere terug te vinden in het beleid ten aanzien van kinderopvang, waar de overheid steeds minder geld voor beschikbaar stelt en de werkgever een steeds belangrijkere rol in toebedeeld. Ook de nieuwe voorstellen voor de WAO en andere regelingen uit het (sociale) verzekeringsstelsel staan in deze lijn.(15) Steeds meer verzorgingstaken van de overheid worden afgewenteld op het bedrijfsleven en in het verlengde daarvan op de burgers zelf. De opvattingen over zelfredzaamheid en plicht zijn terug te vinden
in de algemene houding ten aanzien van uitkeringsgerechtigden. Zo wordt
een uitkering tegenwoordig steeds minder als recht beschouwd en in toenemende
mate als gunst.(16) Laetitia Griffith, VVD icoon en kersverse wethouder
in Amsterdam, neemt hierbij Etzioni’s aanpak ter voorkoming van
‘afwijkend gedrag’ zelfs helemaal over, door te zeggen dat
mensen met een uitkering ‘zich weer moeten gaan schamen’.(17)
Het doet denken aan de Middeleeuwen, waar de armen als ze geluk hadden
aalmoezen kregen uitgereikt aan de poorten van de kloosters. De dankbaarheid,
verbonden aan de schaamte, komt dan ook al snel om de hoek kijken; iemand
is zo goed geweest om jou, arme sloeber, voor een dag van je honger
te verlossen. Denk vooral niet dat je er recht op hebt, dat stimuleert
je namelijk niet iets aan je situatie te doen. Resumerend: In de praktijk blijkt Etzioni’s pleidooi voor een grotere nadruk op plichten erop uit te draaien dat allerlei rechten simpelweg verdwijnen. Zo ontstaat nu juist het morele vacuüm waar hij zelf zo bang voor is. Als het over transnationale samenwerking gaat zoals Etzioni dat voorstaat, is een ruime meerderheid van de kamer, van Groenlinks tot de VVD, grote voorstander.(20) Wat we horen, is dat het goed voor de wereldvrede is, en wie is er nou tegen samenwerking met andere landen? Wat we niet horen, is dat minimaal 60% van de besluiten op onze nationale agenda inmiddels door Brussel bepaald worden. De tendens om besluitvorming steeds meer bij internationale instanties
te leggen, heeft enorme gevolgen. Neem bijvoorbeeld het verdrag van
Kyoto, waar Nederland aan deelneemt.(21) De aanname hierbij is, dat
een overeenkomst over milieudoelstellingen tussen meerdere landen per
saldo méér milieuwinst oplevert dan aparte eigen acties.
In de praktijk zie je echter dat het verdrag veel verwaterde compromisvoorstellen
oplevert. (Alle 55 partijen moeten eerst overeenstemming bereiken over
de te nemen maatregelen, elk land moet het verdrag vervolgens afzonderlijk
ratificeren.) Zo wilde Nederland aanvankelijk de broeikasgassen de komende
jaren met 10% verminderen. Maar de EU, ook als partij aanwezig bij het
verdrag, beschouwde dit als een te hoge inzet, waardoor we uiteindelijk
op 8% zijn uitgekomen. Kijk je vervolgens naar Amsterdam, waar men in
juni door de Raad van State op de vingers getikt is omdat niet aan de
Europese luchtnormen voldaan wordt, dan doet de werkelijkheid nogal
bevreemdend aan. Het maakt iets heel fundamenteels zichtbaar. Vanuit
een ideaalbeeld van samenwerking, internationalisering en een soort
‘samen staan we sterk’ gevoel, wordt eigen zeggenschap uit
handen gegeven. Vervolgens is niemand meer écht eigenaar van
een uiteindelijk besluit en wordt er minder voortvarend met de aanpak
van het oorspronkelijke probleem gestart. In dit gat springt vervolgens
de EU, ter bevestiging van haar cruciale rol: Europa, dat Nederland
beschermd tegen luchtvervuiling. De Grote Hoeder, waarin wij opgaan,
zodat niet wij, maar een hogere instantie verantwoordelijkheid zal dragen.
We kunnen dat ook niet meer trouwens, want niet alleen de normen maar
ook de toegestane maatregelen worden grotendeels door de EU vastgesteld.
Om in bovenstaande voorbeeld te blijven: het aanbrengen van roetfilters
op dieselauto’s blijkt een zeer effectieve maatregel te zijn om
luchtvervuiling tegen te gaan. Staatssecretaris van Geel wilde deze
filters verplicht gaan stellen. Wat blijkt? Dit mag niet van Brussel.
(22) Tot Slot Etzioni’s zwakke denkwijze is exemplarisch voor een manier van
denken die als een anomalie uit de jaren 50 onze tijd doordrenkt. De
tendens tot het creëren van één zuil, de zelfopheffing
in het grotere geheel en het zelfredzaamheidsdogma horen geheel en al
bij elkaar. Mensen vallen in een gat en de eenvormige dwang tot plichtsbesef
moet ze er maar uit zien te halen. Bestuurlijk leidt het tot een toenemend
onvermogen. Geen wonder dat de burger zich onzeker begint te voelen.
VS, 1967: 10 hippies bij elkaar in bad! >Zie ook: De onbetrouwbare mens. Op zoek naar de bron van normvervaging (2002) Noten (1) Deze documentaire is te downloaden via; www.vpro.nl/tegenlicht/afleveringen
Via internet kwam ik ook op een goed, bondig artikel over Etzioni uit
de Groene Amsterdammer, 6 december 2003, door Aart Brouwer en Gustaaf
Haan: ‘Aartsvader van het communitarisme’ waarvan ik ook
gebruik van heb gemaakt voor dit artikel. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||