|
![]() |
| Zachariël> Artikel |
|
22/06/05 printversie:
De Wereld Als Weerbericht Door EC Bakker De media schijnen onder vuur te hebben gelegen na de moord op Pim Fortuyn. Ik merk er weinig van. Er is meer aandacht gekomen voor de onderwerpen criminaliteitsbestrijding en allochtonen en dan hebben we het wel gehad. Er zijn geen koppen gerold, er is geen mea culpa geweest, en veel belangrijker: er is geen journalistieke methode wezenlijk ter discussie gesteld. Zodoende kwam ik op het idee om eens een wetenschappelijke onderzoeksmethode op de gangbare journalistieke praktijk los te laten. Het betreft hier de zogenaamde fenomenologische onderzoeksmethode van Johan Wolfgang Goethe (1749-1832) wetenschapper én schrijver-dichter. De resultaten waren dermate verfrissend, dat ik besloot ze in een kort artikel te gieten.
Goethe’s fenomenologie De fenomenologie van Goethe werd mij in 1996 op een workshop op verrassend
eenvoudige wijze gepresenteerd. We gingen een plant bestuderen, een
krokus, op basis van een stappenplan: Eigenlijk is de methode redelijk eenvoudig: de feitelijke waarneming op basis van de eigen zintuigen is hét uitgangspunt in de fenomenologie. Technische hulpmiddelen, statistiek en dat soort dingen zijn allemaal leuk, maar secundair. De methode is relatief onbekend. Goethe is weliswaar wereldberoemd, maar alleen als schrijver. De weinigen die wel met zijn onderzoeksmethode werken, zijn te vinden in de antroposofische beweging. De grondlegger van de antroposofie, Rudolf Steiner (1861-1925), werkte in zijn jonge jaren in het Goethe archief te Weimar en wilde uiteindelijk op basis van Goethe’s fenomenologie álle takken van wetenschap opnieuw bevruchten. Hij bouwde hiertoe het spectaculaire ‘Goetheanum’ op een heuvel in Dornach, Zwitserland. Toch houden ook de meeste antroposofen zich geheel niet met de fenomenologie bezig. Voor zover mensen ermee werken, dan vooral in de hoek van de natuurwetenschappen.
Terug naar de journalistiek. Een vergelijking van de zes stappen met
de huidige praktijk zal verduidelijken wat Goethe’s methode anno
2004 voor consequenties heeft. Alvorens te beginnen is het wellicht
van belang om op te merken dat ik lang een zeer intensief nieuwsvolger
ben geweest. Het journaal en de actualiteitenrubrieken bekeek ik op
dagelijkse basis. Ik kende alle landelijke dagbladen van haver tot gort
en een aanzienlijk deel van het week- en maandbladenspectrum. Een intensieve
case study voerde ik uit ten tijde van de Kosovo oorlog in 1999 en in
de crisis rond de Amerikaanse verkiezingsuitslagen in november 2000.
Stap 1: de feitelijke beschrijving In de fenomenologie is een nauwkeurige beschrijving van het onderwerp de eerste onderzoeksstap. Wanneer je nu kijkt naar de huidige journalistiek, dan valt direct op dat men bij welk nieuwsitem dan ook, niet of nauwelijks toekomt aan een exacte beschrijving van de situatie. Wat doorgaans plaatsvindt, is dat er een aantal zaken van het onderwerp worden uitgelicht om een directe beleving op te roepen. Het nieuws ziet er hierdoor uit als een opeenstapeling van ‘events’. Uitgekozen, gefragmenteerde belevingen, en al helemaal géén feitelijke beschrijvingen.
Hoe zou een toepassing van Goethe’s stap 1 er dan uitzien? In de eerste plaats zal dit leiden tot een streven naar concretere journalistiek en het terugdringen van abstracties. Zie bijvoorbeeld het openlijke onvermogen in de media om de voortdurende bezuinigingen van het kabinet Balkenende in kaart te brengen. Er worden voornamelijk megabedragen rondgebazuind met hier en daar bij wijze van uitzondering de concrete gevolgen voor deze of gene instelling. Dat laatste hoort geen uitzondering, maar een vanzelfsprekende standaardnorm te zijn.
Het streven om het nieuws concreet te maken, kan ook vorm krijgen in het streven naar een reëlere beleving. Een voorbeeld zijn de bombardementen bij het begin van de oorlog in Irak of de voortgaande Russische operaties in Tsjetsjenië. De normale nieuwsvolger heeft nog steeds geen idee wat voor bommen daar eigenlijk gebruikt worden en wat het effect is (zoals het veroorzaken van vuurstormen in schuilkelders en/of het scheuren van trommelvliezen door drukgolven tot 1 km in de omtrek). Let wel: we zijn slechts bij stap 1. Over oorzaken van bezuinigingen of een oorlog hebben we het hier niet. Stap 2: context versus framing Ging stap twee bij de krokus om de ruimtelijke context, de directe
omgeving, in de journalistiek wordt hier de term ‘frame’
(letterlijk: raamwerk) gebruikt. In welk ‘kader’ vind een
nieuwsgebeurtenis plaats, wordt iets gezegd of gedaan? Bijvoorbeeld:
bij de aankondiging van een bezuinigingsronde (nieuwsitem) wordt dit
gepresenteerd onder de noemer dat het kabinet zo nieuwe economische
tegenvallers te lijf wil gaan (frame).
Ik kan mij voorstellen dat journalisten nog steeds niet weten wat er rond Fortuyn nu precies fout is gegaan, omdat de citaatmethode een regelmatig terugkerend onderdeel van de dagelijkse beroepspraktijk is. Daarin lijkt mij nu juist het probleem te schuilen. In de journalistiek is het een geaccepteerd verschijnsel om zélf de ruimte te creëren opdat daardoor nieuws ontstaat. We hebben hier te maken met het openlijk bedreven en inmiddels doodnormaal geworden misbruik van het bekende principe van ‘hoor en wederhoor’. Nergens is dat beter te zien dan bij nieuws uit Den Haag, waar journalisten continu zelf context creëren door citaten te ontlokken bij de ene politicus, deze bij een andere te poneren, waarop dan weer een reactie volgt. Dagelijks ontstaat zo recht onder onze neus het tegenbeeld van stap twee uit de fenomenologie. Ik noem het de ‘kippenhokbenadering’; zet een stel kippen bij elkaar, gooi een hapje in het hok en laat ze lekker kakelen. Geliefde aanleiding is vaak de verschijning van een of ander rapport, waarbij de parlementariër zich gedrongen voelt direct te reageren zonder het gelezen te hebben. Het is essentieel om hierbij de vraag te stellen wat nu het nieuws is: het rapport, dat niemand gelezen heeft, of de reacties daarop? Hetzelfde geldt voor het voorbeeld van de bezuinigingen. Reacties van gedupeerden of oppositie en klaar is Clara. Geen hond die weet waar bezuinigingen of rapport echt over gaan. De conclusie dringt zich op: door het manipuleren van de context sneuvelt de inhoud. Het geeft goed de spagaat weer die de moderne journalist maakt; het nieuws wordt objectief gebracht, het frame wordt gecreëerd.
Hoe te beginnen met het toepassen van stap twee? Het allereerste wat de journalistiek dan moet doen, is het laten vallen van de citaatmethode. Juist als wijze les die geleerd kan worden van de moord op Pim Fortuyn. Meer in het algemeen gaat het om het zichtbaar maken van de eigenlijke context, het liefst op een zo direct mogelijke manier. Een fraai voorbeeld van dit laatste overkwam mij toen ik stomtoevallig in 2001 op TV een overzichtsfoto van Srebrenica zag en mij in één klap de hopeloosheid van de verdediging duidelijk werd. Eigenlijk is het allemaal werkelijk niet zo moeilijk. Het doorbreken van ogenschijnlijk vanzelfsprekende beroepsgewoonten is echter een kolossale klus. Stap 3: De ontwikkeling in de tijd Fenomenologie wordt extra uitdagend bij stap drie, omdat het bij tijdsontwikkeling om zaken gaat die zich aan de directe waarneming onttrekken. Het is moeilijker om hierbij een directe beleving op te roepen. Alleen al daarom is het niet verbazingwekkend dat in de journalistiek met het weergeven van tijdsontwikkeling laks wordt omgegaan. Er is echter nog een andere reden. Kernprobleem van de journalistiek bij Goethe’s stap drie is dat ze een compleet andere tijdstroom hanteert; die van de ‘actualiteit’. Dus eigenlijk geen tijdstroom, maar een gebeurtenissenstroom. Wanneer bijvoorbeeld iemand als de Israëlische premier Sharon
roept dat hij vrede wil, dan zou een consequente hantering van stap
drie nopen tot een acute bijstelling van de berichtgeving. Immers, de
man zou kunnen liegen óf een enorme innerlijke ommezwaai hebben
gemaakt. Beide een nieuwsfeit op zich. Interessant genoeg blijft dit
uit en wordt hij gewoon geciteerd. Daarmee wordt de onbevangen nieuwsvolger
werkelijk compleet op het verkeerde been gezet. Hoe kan dit? Eigenlijk
pint de moderne journalistiek op zo’n moment de tijdsontwikkeling
vast, door deze op één punt te fixeren en zichzelf blind
te verklaren naar het verleden en de toekomst toe. Zo kan je nooit in
het heden staan, maar sta je wel in …..de actualiteit.
Een apart punt is de actualiteitsstroom zélf. Veel uitermate belangrijke zaken zijn wel degelijk in de krant te vinden en echt niet altijd linksonder op pagina 6. Immers; dat Sharon een pathologische kant heeft, heeft veelal in dezelfde kranten gestaan die later ‘neutraal’ berichten wanneer de man vrede wil. (Vaak al jaren voordat hij premier van Israël werd.) Het is ondoenlijk om als dagelijkse nieuwslezer zoiets nog in de berichtenstroom terug te vinden. Daarom is het ook zo moeilijk om te beweren dat iets niet in de krant heeft gestaan. Ga er maar vanuit dat in meer dan de helft van de gevallen de redactie zal melden dat men welzeker hierover heeft ’bericht’, maar dat je het kennelijk over het hoofd hebt gezien. Ja, ammehoela. De moeilijkheid hierbij is dat de actualiteitsstroom alles bij elkaar veegt en verder stroomt. Zo ziet een krant of journaal er ook daadwerkelijk uit: een momentopname uit een gebeurtenissenrivier. Enkel bij wijze van uitzondering wordt een bepaald onderwerp in een artikel vanuit een tijdsaspect behandeld. De gemiddelde journalist zou dit momenteel zelfs helemaal niet kunnen, omdat hij daar niet in getraind is. Toch is het beginnen met het toepassen van stap drie behoorlijk simpel.
Bezuinigingen vinden bijvoorbeeld niet voor het eerst plaats. Dat betekent
dat je er niet alleen naar zou moeten streven om concreet te maken wát
een bezuiniging nu betekent zoals bij stap 1, maar ook de vraag moet
stellen of een eerdere bezuiniging reeds invloed heeft gehad op hetzelfde
terrein. Dat gebeurt nu gewoon niet. We zijn nog maar op de helft. De hogere stappen van de fenomenologie worden door de tijdsstap pas echt toegankelijk omdat men hier ‘door’ de directe waarnemingen moet leren kijken. Door een blik op de tijdsontwikkeling tot nu toe, resultaat van stap drie, kun je houvast krijgen voor de toekomst; de eigenlijke blikrichting die ontstaat bij stap vier. Stap 4: wilsgebaar, blik op de toekomst In de klassieke fenomenologie gaat het bij stap 4 om het vinden van
het karakteristieke ‘gebaar’ van een krokus. Voor de journalist
is het de kunst duidelijk te krijgen wat nu eigenlijk gewild wordt.
Dit is des te moeilijker omdat het daarbij gaat om zaken die pas later
in de gebeurtenissenstroom, de actualiteit, zullen opduiken. Stap vier
richt zich op de onderstroom: het nog niet zichtbare.
Absoluut noodzakelijke voorwaarde om zicht te krijgen op de nabije toekomst, is het vermogen om waar te nemen wat er werkelijk gedaan wordt. Wat zijn de feitelijke handelingen? Wie doet wat en wanneer? De reeds omschreven journalistieke manco’s bij de voorgaande stappen doen zich hier dan helaas al snel voelen. Dergelijke vragen worden gewoon te weinig beantwoord. Herdefiniëren van journalistieke stelregels is juist op dit gebied dringend nodig. Om ook maar in de buurt te komen van Goethe’s stap vier, moet als eerste de volgende stelregel ingevoerd worden: wat een politicus zegt is nooit belangrijk, maar wat hij doet. Nog steeds wordt een kolossaal deel van het nieuws besteed aan uitspraken van politici. Of en wanneer een handeling aan een uitspraak verbonden is, is natuurlijk veel belangrijker. Neem als voorbeeld eens een meesterpoliticus als Wim Kok, die zelfs op het moment dat de bommen van Nederlandse F-16’s op Belgrado vallen (24 maart 1999), nóg zegt dat we niet in oorlog zijn met Servië. Er was immers geen formele oorlogsverklaring, dus hij noemde dat anders. Tja; de journalistiek kan met de huidige methodiek een man als Kok nooit de maat nemen, laat staan doorzien en op hem anticiperen. Zo’n Tefal-politicus komt dan werkelijk overal mee weg. Door accepteren van dergelijke woordkronkels door de pers tot het einde toe, ontstaat de situatie dat de argeloze nieuwsvolger ziet dat Nederland voor het eerst sinds vijftig jaar betrokken is bij een oorlog, maar geen krant die dat feit expliciet zo noemt. Om nog maar te zwijgen over de voorbereidingen die hiertoe al jaren tevoren zijn getroffen. Ook het Nederlandse aandeel in de oorlogen tegen Afghanistan en Irak is niet uit de lucht komen vallen. Maar de brave nieuwsvolger moet op het moment van de Amerikaans-Britse invasie van Irak premier Balkenende aanhoren: “We steunen niet actief”, om binnen enkele maanden na deze uitspraak het Nederlandse contingent naar Zuid Irak te zien vertrekken.
Het gaat niet alleen om de manco’s van de voorgaande stappen. De grote misstap bij stap vier is dat consequent intentie en handeling door elkaar gehaald worden. Merkwaardig gevolg is dat feitelijke handelingen niet worden gesignaleerd en intenties niet aan de praktijk worden getoetst. In Nederland (en daarbuiten?) hebben we hiervoor het prachtige spreekwoord: ‘de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens’. Een regelrechte aanrader om op te nemen als nieuwe journalistieke stelregel. Waarschijnlijk is het vergeten van deze waarheid uit grootmoeders kastje er debet aan dat in onze samenleving het alomtegenwoordige woordvoerderschap is ontstaan, waarbij zo’n beetje ieder mediagevoelig onderwerp afgedekt wordt met allerhande verklaringen. Is er iets aan de hand? De woordvoerder legt het wel even uit. Serieus recent onderzoek schijnt zelfs te hebben uitgewezen dat inmiddels maar liefst 40% van alle nieuws in de media aangeleverd is door woordvoerders, communicatieafdelingen en dergelijke. Zelf denk ik dat je ook de geaccepteerde experts, zoals parlementariërs, ministers, bestuursbobo’s, hoogleraren, etcetera , hierbij moet rekenen. Vermoedelijk kom je dan op 80%. Let op dat de direct betrokkenen zo in de zijpaden van het nieuws terecht komen. Het leidt uiteindelijk tot beschamende en schrijnende toestanden zoals bij uitstek zichtbaar in de kwestie Srebrenica, waar getraumatiseerde Nederlandse militairen tot hun sterfbed gehouden zijn aan de zwijgplicht en alleen woordvoerders en experts de geautoriseerde versie mogen verkondigen. Zoals gezegd, zijn we met stap vier bij de hogere stappen van de fenomenologie aangeland. De gevolgen van het miskleunen zijn hier daarom ook des te ernstiger. Door het aperte onvermogen van de journalistiek om serieus werk te maken van stap vier ontstaan continu en openlijk de leugens in het nieuws. En iedereen vind het normaal. De journalist is door het klakkeloos fungeren als doorgeefluik allang verworden tot een soort veredelde collaborateur, maar heeft het zelf niet in de gaten. En maar uren wachten in de regen met twintig collega’s bij de uitgang van het Torentje. De eerste zet richting stap vier zou bij het begin van iedere werkdag het in de spiegel kijken moeten zijn voor de zelfcheck “neem ik mijn werk nog wel serieus”. En dan maar eens beginnen aan het rücksichtsloos terugdringen van de invloed van woordvoerders in de media. Stelregel: direct betrokkenen zijn in beginsel journalistiek gezien interessanter dan de een of andere woordvoerder of expert. Dan heb je een basis waarmee al die ‘verklaringen’ op hun werkelijkswaarde getoetst kunnen worden. Dán ontstaat er nog eens maatschappelijk debat. Stap 5: de ideeënwereld Ging het bij stap vier om de onderstroom, bij stap vijf gaat het om
de diepte. Wanneer je weet wát er gewild wordt, kun je kijken
waaróm dat zo is. In de krant worden hiertoe pogingen ondernomen
in achtergrondartikelen, veelal te vinden in de zaterdagbijlage, op
TV middels de documentaires en in mindere mate via de actualiteitenrubrieken.
Een unieke mogelijkheid deed zich voor toen in het nieuws kwam dat presidentskandidaten Bush en Kerry nota bene uit dezelfde selecte Yale club komen: Skull&Bones; geen studentensociëteit, maar een regelrechte loge met een indrukwekkende ledenlijst en de plicht tot geheimhouding. Wat zijn dat voor lui? Hebben Bush en Kerry dan op deze basis ideeën gemeen? Kerry stemde bijvoorbeeld ook met de aanval op Irak in. Het zijn in elk geval uitermate belangrijke vragen. Zowaar schopte Skull&Bones het eind 2003 tot Nova-item, overigens zonder dat dergelijke vragen gesteld werden. Toegegeven; toen was Kerry nog niet de enige democratische kandidaat. Uiteindelijk wel, maar vervolgens is de journalistiek geheel teruggevallen in de klassieke verkiezingsstrijdverslaggeving. Het is kennelijk vertrouwder om te berichten over strijdende partijen, dan reeds van tevoren te weten dat de uitkomst wel eens niet zoveel kan uitmaken.
Nog moeilijker heeft de journalistiek het ten aanzien van de ideeënwereld van organisaties, en in het bijzonder van internationale organisaties als EU, IMF en VN. Dit heeft zich sinds 1989 wel zeer duidelijk getoond. Onze huidige media zijn niet in staat gebleken om de ontwikkelingen van internationale organisaties te volgen, laat staan deze te doorgronden. Enig onderzoek wijst bijvoorbeeld uit dat reeds sedert de oprichting onder de voorstanders van de EU en de VN de visie heerst dat het zelfbeschikkingsrecht van landen de grootste bedreiging vormt voor de wereldvrede. Het is de overheersende conclusie die in deze kringen is getrokken omtrent de ‘eigenlijke’oorzaak van de twee wereldoorlogen. Weet je dit eenmaal, dan weet je ook dat EU en VN een sterke neiging hebben zichzelf steeds belangrijker te maken ten kosten van de autonomie van afzonderlijke landen. Dit is een typisch voorbeeld van een onderliggend idee dat enorme gevolgen heeft voor de dagelijkse praktijk. Na 1989 is deze tendens ‘opeens’ in een stroomversnelling geraakt en anno 2004 vrijwel een fait accompli. Nederland heeft, zoals alle lidstaten van de EU(laat niemand zich daarin vergissen), al haast niets meer over zichzelf te vertellen. Op de voorpagina’s van de vaderlandse pers heeft dit nooit zo gestaan. In plaats daarvan lazen we met enige regelmaat: ‘Europese Top geslaagd’.
Al met al dringt de conclusie zich toch op dat uitgerekend bij stap
vijf, waar Goethe tot aanschouwing van het oeridee van alle planten
schijnt te zijn gekomen, de journalistiek een geaccepteerde vorm van
beroepsblindheid lijkt te vertonen. Dat is toch wel erg kras, hoe moet
je dat nou verklaren? Na enig denkwerk kwam ik onontkoombaar tot de
vaststelling: ideeën zijn geen nieuws. Voor de media heeft het materialisme nog een ander effect als de hiervoor beschreven blindheid: met het gebrek aan interesse voor ideeën verzwakt ook de aandacht voor idealen. Concreet gevolg is dat in plaats van te berichten over het al dan niet realiseren van idealen, de nieuwsfocus zich richt op problemen. Voor goed nieuws is opvallend weinig aandacht. Ziehier de bron van de grote hoeveelheid negativiteit in de media. Hoe te werken aan stap vijf? Op zoek gaan naar de inspiratiebron. In
de journalistiek is dit bizar genoeg verworden tot het vermelden van
de ‘informatiebron’. Het is heel eenvoudig dit te veranderen
door de tactiek van het tweesnijdend zwaard toe te passen: 1. bericht
over ideeën 2. pas de structuur van de berichtgeving zodanig aan,
dat het onderliggende idee blootgelegd wordt. Bij bezuinigingen of investeringen
van overheidswege zal dan bijvoorbeeld niet alleen blijken dát
er de meest eigenaardige aannames worden gehanteerd, maar wordt ook
duidelijk wáár ze vandaan komen. Alleen dan komt men er
achter dat er nauwelijks nog in openbaar vervoer geïnvesteerd zal
worden omdat reeds in de handelsronden van de WTO besloten is dit te
privatiseren. Stap 6: wat doe ik ermee? Bij stap zes gaat het vooral om de vraag wat de lezer met de hem geboden
informatie gaat doen. De journalistiek zelf draagt hier weinig aan bij.
Zie hoe opvallend weinig handvatten aan de nieuwsconsument worden aangereikt
voor actie. Er is een nieuwscultuur ontstaan, waarbij de nieuwslezer/kijker
als consument beschouwd wordt die nieuws tot zich neemt als een reeds
actieve vorm van compassie. Wordt het de nieuwsconsument echt teveel,
dan is er nog de vermelding van het gironummer. Eigenlijk cultiveren
we zo op grote schaal de machteloosheid in de samenleving.
Waarom lezen we eigenlijk in vredesnaam met z’n allen dagelijks de krant en/of nestelen we ons met een bakje koffie voor het het NOS-achtuur journaal; het best bekeken programma van het land? Kennelijk gaat er een zuigende, aandacht trekkende en verslavende werking uit van het volgen van het nieuws en niet van het nieuws als zodanig. Anders lijkt het mij niet te verklaren. Problemen duiken op en verdwijnen weer. Ze geven zo aanleiding tot het mateloos opportunisme in de media; de actualiteit als spannend weerbericht, waar men zich niet aan voorspellingen van meer dan vijf dagen waagt. Opeens dreigt dan het ene moment een oorlog, opeens is er dan weer een nieuwe president. Het blijft boeiend en houdt de aandacht vast. Zo is het leven, zo is de wereld, veranderlijk als het weer. In de uitwerking schuilt vooral de afstomping: “Het is toch wat”, “Ze doen maar”, “Het is ook altijd hetzelfde”. Mensen worden cynisch van het nieuws, om te beginnen de journalisten zelf.
Een verwant probleem bij stap zes is de schijnbare ingewikkeldheid van problemen in het nieuws. Dit voedt natuurlijk ook de machteloosheid van de nieuwsvolger; problemen líjken zo onoplosbaar. Het grootste deel van deze ingewikkeldheid wordt echter opgeroepen door de in de voorgaande (mis)stappen opgeroepen ondoorzichtigheid. De oplossing voor dit aspect van de machteloosheid ligt dan in de vorige paragrafen. Afkicken van een cynische beroepshouding is wellicht moeilijk, maar in de richting van stap zes gaan werken op zichzelf geheel niet. Ontwikkel journalistieke interesse voor het oplossen van de problemen die voorgeschotelt worden. Oplossingsgerichte mensen zullen dan vaker aan het woord komen, en status quo types, zoals menige bestuurder, zullen meer gedwongen worden zich van hun praktische kant te laten zien. In het kielzog daarvan zal een andere nieuwscultuur ontstaan die meer inspiratie biedt voor de nieuwsvolger om wat met die informatie in het dagelijks leven te doen. Het hypnotiserende, in slaap wiegende karakter van de voortkabbelende nieuwsstroom zal daarmee ook definitief ten einde komen. Er worden vaker knopen doorgehakt, conclusies getrokken, en ook weer bijgesteld. Zo ontstaat vernieuwing, en tegelijkertijd echte continuïteit in het nieuws. Conclusies: alle zes stappen tezamen Hoe het in godsnaam mogelijk is dat de journalistiek zich ontwikkeld
heeft tot wat het nu is, zou een mooi onderzoek waard zijn. In elk geval
lijkt mij dat op basis van de fenomenologie van Goethe een geweldige
vernieuwing in gang gezet kan worden. In het bovenstaande heb ik per
stap een oplossingsrichting aangegeven. Het lijkt me dat al die stappen
te zamen echter een dynamiek zullen opleveren die tot geheel andere
vormen van journalistiek zal leiden dan ikzelf op dit moment kan bevroeden.
Eén ding is zeker: het blad of TV-programma dat deze methode
tot uitgangspunt maakt, zal de ene primeur na de andere hebben en een
standaard voor de 21ste eeuw ontwikkelen. Ik zou zeggen: let’s
cross the Rubicon! |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||