|
![]() |
| Zachariël> Artikel |
|
Gedachten over tijd: hoe verleden en toekomst in het heden werken De karmische dubbelganger en reïncarnatie-onderzoek Door Heide Oehms We herinneren ons een gebeurtenis, bijvoorbeeld een vergadering
met een bepaalde groep mensen van vorig jaar. Het is voor ons voorbij.
Wij kunnen het ons in herinnering brengen, maar het is niet meer aanwezig.
Nu zijn wij aanwezig bij het beleven van een huidige situatie of gebeurtenis.
Wij ervaren ons in het beleven, wij bespeuren onze gemoedstoestand en
nemen onze medemensen waar of juist niet, zijn in meerdere of mindere
mate met onze aandacht erbij. En wij weten; al in het volgende moment
is wat wij nu beleven, verleden tijd. Wij kunnen het ons herinneren,
wanneer wij wakker genoeg daarbij aanwezig waren. Maar vaak moet men
tot zijn grote schrik vaststellen dat men net nog een gesprek, een discussie
had, en dat daar korte tijd later nog slechts enkele fragmenten van
in de herinnering opgeroepen kunnen worden. De tijd verstrijkt, of we het ons nu kunnen herinneren of niet We hebben niet alleen in ons huidige leven met het fenomeen tijd van
doen. Degenen die een inkijk in de eigen vroegere levens hebben, weten
dat deze ontwikkelingen niet alleen een herinnering aan vroegere gebeurtenissen
zijn, maar dat het ook zo lijkt alsof je met delen van je ziel in deze
gebeurtenissen terug verplaatst wordt. Men beleeft tot de zintuigindrukken
aan toe, de oude toestanden opnieuw in het hier en nu. Men beleeft de
pijn, het verdriet, de vreugde, de verhevenheid van een gebeurtenis,
zeer reëel en niet alleen in de herinnering. En toch is het gemetamorfoseerd:
alleen de wezenlijke handelingen en gebeurtenissen van een leven treden
naar voren. We weten dat we in het hier en nu in een bepaalde ruimte
met ons huidige bewustzijn aanwezig zijn en tegelijkertijd in een vroeger
bewustzijn ondergedoken zijn. We beleven daarbij, dat de tijd in dergelijke
toestanden geen rol meer lijkt te spelen. De gelijktijdigheid van het
verleden in het hier en nu doet ook de gelijktijdigheid van de toekomst
vermoeden, want karma betekent niets anders, dan dat het verleden nog
aanwezig is en dat geen huidige gebeurtenis zonder gevolgen voor de
toekomst blijft, aangezien ook de toekomst zich reeds manifesteert;
die is er eigenlijk al, maar is ons net zo weinig bewust als de vergeten
gespreksflarden. In het opnieuw beleven van vroegere gebeurtenissen, verweven imaginatie
en inspiratie zich met elkaar en in het versmelten met de toenmalige
gebeurtenis is reeds een intuïtief element aanwezig. Men bevindt
zich in een bijna tijdloze toestand en beleeft, hoe de betrekkingen
tussen de afzonderlijke incarnaties zich in een kwalitatieve verhouding
ten opzichte van het rijk der eeuwigheid bevinden. Het is de Akasha-kroniek,
waarvan we de hoogste ‘laag’ in de kosmos in de sterrenwereld
kunnen aanschouwen, waarvan de persoonlijke varianten echter door ieder
met zijn incarnatie mee naar de aarde gebracht worden. Dit deel van
de eeuwigheid, de ‘duur’, is in ons astraallichaam afgedrukt
en wordt van daaruit in het etherlichaam, het ‘tijdslichaam’,
overgedragen. Nu is datgene wat eeuwigheid geworden is, weer onderworpen
aan de wetmatigheden van de tijd en daarmee aan de mogelijkheid van
omvorming: wij beleven het als het verleden en bespeuren vaak, voordat
we er zekerheid over hebben, dat er iets uit de verre tijd in het hier
en nu zich opdringt en erkend wil worden.
Wat heeft het heden nog met het verleden te maken? Maar net zoals de toekomst niet vaststaat, zo is het verleden niet
eenvoudigweg afgesloten. Ook het verleden kan veranderd worden. Het
is weliswaar moeilijk voor te stellen, maar het vergeven door Christus
leidt tot een omvorming van het persoonlijke karma uit het verleden
en dat betekent, dat ook de uiterlijke feiten een andere kwaliteit krijgen.
(1) Enkele vragen die al degenen bezighoudt die reeds enige tijd aan de
kennis over vroegere levens werken, zou ik nog willen aanduiden. Een
belangrijke vraag betreft de geringe tijdsperioden tussen de afzonderlijke
incarnaties. Wij weten allemaal, dat Rudolf Steiner over lange tijdsperioden
in de afzonderlijke fasen na de dood gesproken heeft en kortere tijdsperioden
als uitzondering zag. De meesten onder ons doen echter de ervaring op,
dat met name in de laatste eeuwen slechts enkele decennia en in de 20e
eeuw vaak zelfs slechts enige jaren tussen de afzonderlijke levens in
de geestelijke wereld doorgebracht worden. En dan wordt je geconfronteerd
met de beschrijving van lange kamalokatijden die Rudolf Steiner geeft.
Een derde van het zojuist geëindigde leven zou deze toestand duren.
Daarna volgt nog een opstijgen door de planetensferen in het devachan,
waar wij al snel honderden jaren verblijven. Dubbelganger Het thema dubbelganger, of zoals men tegenwoordig ook in navolging
aan Carl Jung zegt, schaduw, laat iedereen die zich tot aan de drempel
van de geestelijke wereld waagt, niet onberoerd. Degenen die haar overschreden
hebben, weten uit eigen ervaring over de dubbelganger te berichten.
Op basis van mijn eigen ervaring geef ikzelf toch liever de voorkeur
aan het woord dubbelganger, omdat deze meer gedifferentieerde beschrijvingen
mogelijk maakt. Het wezen begeleidt ons weliswaar als een schaduw, maar
heeft een eigen dynamiek die een schaduw niet heeft.
Individuele ervaringen De vraag doet zich voor, hoe vind een ontmoeting met de kleine wachter
in de praktijk in een concreet geval nu plaats? In ieder geval op zeer
individuele wijze. Door aanwijzingen van Rudolf Steiner weten wij, dat
alle mensen in de 20e eeuw over de drempel van de geestelijke wereld
gaan c.q. gegaan zijn, al is het voor een groot deel van de mensheid
eerder onbewust. Daarom kunnen wij ervan uitgaan, dat zeer veel mensen
al een meer of minder bewuste waarneming van hun karmische dubbelganger
hebben gehad. Aangezien de wereld en de mensen sinds Rudolf Steiner’s
beschrijvingen veranderd zijn, moet in de tegenwoordige tijd van andere
veronderstellingen uitgegaan worden. Er zijn compleet andere generaties;
wij, ook als we reeds van een oudere leeftijd zijn, zijn een ander slag
mensen. Wij zijn met andere krachten geboren en hebben vaak genoeg van
deze beschreven ervaringen in onze jeugd gehad. Natuurlijk zijn er ook
wel eens mensen die zeggen dat ze hun karmische dubbelganger niet kennen. Aan de hand van het voorbeeld van een jonge vrouw die ik enkele jaren
geleden leerde kennen, wil ik proberen dit duidelijk te maken. Zij vertelde
mij van verre avontuurlijke reizen in verre landen, die zij alleen of
enkele keren met een vriendin ondernam als rugzaktoerist; te voet, liftend,
ook dwars door de woestijn, altijd op eigen kracht. Zij had nooit angst,
hoewel zij meer dan eens in gevaarlijke situaties terecht kwam. Als
beroep koos zij een therapeutische bezigheid bij gedetineerden, die
haar ook vaak in gevaar brachten: zij was met moordenaars en verkrachters
onbewaakt in een ruimte. Nooit had ze angst! Andere vormen van het onvoorbereid verschijnen van de dubbelganger kunnen ook reeds het karmische schuldprobleem spiegelen. Zij treden als dreigende deelvoorstellingen op, bijvoorbeeld als een zwarte hand met een gesel of een mes, al naar gelang de aard van de wandaad die eraan ten grondslag ligt. Ook bijzondere angsten en fobieën kunnen aanwijzingen zijn voor de dubbelganger. Hij kleedt zich in vele vormen.
Te onderscheiden van de karmische dubbelganger zijn de meest uiteenlopende demonische wezens. Deze hebben een eigen ik en kunnen daardoor zeer gevaarlijk worden, vooral als ze door een negatieve gebeurtenis uit vroegere tijden aan de dubbelganger gehangen hebben en zich op deze wijze steeds weer toegang tot ons zieleleven en tot onze handelingen willen verschaffen. Wanneer zoiets niet erkent en opgepakt wordt, kunnen zware psychische stoornissen en depressies het gevolg zijn. Dan zijn er nog geesten en spoken. Dat zijn onopgeloste negatieve zieledelen uit vroegere incarnaties die in het astraallichaam kruipen en zich aan de huidige dubbelganger vastzetten. Rudolf Steiner spreekt in deze gevallen van de “onrechtmatige” dubbelganger. Op enkele kenmerken moet gewezen worden, die laten zien of een wezen direct bij de betreffende mens hoort, dus karmische dubbelganger is, of dat het zich om daarmee verbonden eigenschappen en wezens handelt, die alleen secundair met de betreffende mensen van doen hebben. In geen geval moet dat wat hier nu beschreven wordt dogmatisch opgevat worden. Het is puur bedoeld als hulp bij de interpretatie. Men moet in ieder geval de zaken afzonderlijk nagaan en het verdere gebeuren waarnemen: Alles wat frontaal op mij afkomt, hoort bij mij, is een deel van mij. Ook die verschijningen die ik in de imaginatie niet of alleen langzaam kan veranderen, hangen met mijn eigenschappen samen, zijn dus aspecten van de dubbelganger. –Demonische wezens grijpen eerder schuin van opzij aan. Wanneer zij aan mij voorbij trekken, kan ik daaraan zien, dat zij geen directe invloed op mij uit kunnen oefenen, maar dat er wél sprake is van indirect karma.- Wanneer men zijn kleine wachter aan de drempel voorop ziet gaan, is hij bereid om degene in de toenmalige gebeurtenis binnen te voeren om aan de verlossing van dit zieledeel te werken. Dubbelgangerwaarneming gedurende karmawerk Heel vaak speelt het volgende zich af: men wil een imaginatief gebouw
betreden, maar er staat een – meestal donker verhulde- gestalte,
die de toegang verspert. Men komt er pas langs, wanneer men met deze
figuur contact zoekt. Óf deze maakt de weg vrij óf neemt
de leiding over, waarmee dan onaangename inzichten boven tafel komen.
Als doelgerichte oefening is een afdalende gang naar een
keldergewelf of diepe grotten zeer geschikt. Daar kan dan een afgrond
opduiken en in deze afgrond bevinden zich akelige wezens (de dieren
uit de afgrond). Men kan testen of deze dieren willen toehappen, of
ze krachtig en bedreigend zijn, of dat ze zich krachteloos terugtrekken.
Is dat laatste het geval, dan heeft men reeds de eigenschap verworven
over de afgrond te kunnen springen of vliegen. Wat staat er echter aan
de overkant te wachten? Wordt men door een lichtdoorstraald wezen ontvangen
of is het een afschuwelijke gestalte? Vaak komt men ook bij een deur
die geopend moet worden. Wat verbergt zich hierachter? Het beruchte
lijk in de kast? Alleen skeletten? Verschrikkelijke spinnenwezens? Spoken
en geesten? Ontmoetingen met Ahriman “Voor de mensen is toch het grootste deel van zijn eigen wezen onbewust. Van dit onderbewuste, dat wij in ons dragen, neemt onder alle omstandigheden een ander wezen bezit: (…) kort voordat wij geboren worden (…) neemt een ahrimanisch geestelijk wezen van ons bezit. Het is net zo goed in ons als onze eigen ziel. (…) Deze wezens hebben een extreem hoge intelligentie en een zeer sterk ontwikkelde wil, maar totaal geen gevoel. (…) En wij gaan met een dergelijke dubbelganger door het leven. (…) De elektrische stromen in ons zenuwstelsel zijn van ahrimanische aard. (…) De ahrimanische dubbelganger is de veroorzaker van alle fysieke ziekten. De luciferische dubbelganger is de veroorzaker van alle neurastenische en neurotische ziekteverschijnselen.” (Rudolf Steiner in GA 178) In de huidige tijd kunnen wij Ahriman niet ontlopen. Hij zit in ons
lichaam en bindt ons aan de aarde, zolang wij leven. In alles wat materie
wil worden, is hij aanwezig. De oerbeelden die de geesten van de vorm
aan alle wezens ten grondslag leggen, worden door Ahriman gegrepen.
En in het uiteenbarsten van geestelijke vorm ontstaat materie. In het
proces van het voortbrengen van een kind, dat door hoge wezens geleid
wordt, grijpt Ahriman in, om voor de ziel een aardelichaam te creëren.
Hij is de rechtmatige heer van leven en dood. Hij woont in ons skelet,
in de stofwisseling en daarmee ook in de wil. Onrechtmatig wordt hij
wanneer hij op het hart wil aangrijpen, de gevoelens laat verstarren
en naar het hoofd opstijgt. Daar omnevelt hij het intellect en veroorzaakt
in de mensen een materialistisch wereldbeeld. Men stijgt geestelijk af in de wereld van Ahriman en voelt een steeds
zwaarder wordende last op zich drukken, alsof men complete gebergtes
omhoog moet houden. Of: Ahriman groeit naast iemand in onmeetbare hoogte
terwijl men ook hier een sterke druk gewaarwordt, waaraan men langs
natuurlijke weg nooit zou kunnen ontsnappen. Alleen de hogere goede
machten kunnen ons weer bevrijden. Daarom is het belangrijk, alleen
in aanwezigheid van de eigen engel een dergelijke oefening te ondernemen! Deze wezens verschijnen echter niet alleen wanneer zij gevraagd worden,
maar het ligt met name in hun aard, ongevraagd in de meditatie binnen
te dringen en dan bedreigend en verwarrend op te treden. Het is dus
zaak om in de geestelijke arbeid te leren deze indringers hun plaats
te wijzen en ze aan hun opgaven te herinneren. Groepsdubbelganger of Egregors Niet alleen de mens heeft een dubbelganger, maar iedere gemeenschap heeft met een of meerdere groepswezens te maken. Voor een spirituele of religieuze vereniging geldt dit des te meer. Een dergelijke 'groepsdubbelganger' wordt ook wel 'egregor' genoemd (een oud-Griekse afleiding uit het Hebreeuws). Ze ontstaan zoals bij alle mensen, ook door alle daden, gedachten, gewoonten, door gesprekken, activiteiten en alles wat deze mensen nog meer verbindt. Deze wezens kunnen zeer machtig worden, zodat zelfs wanneer de mensen binnen de groep veranderen, of het nu is door weggaan, sterven, opstappen of lid worden, de groepsdynamiek door blijft werken. Gewoonten, taboes, een bepaalde omgangscode die steeds meer verstarde vormen aanneemt, of machtsstrijd en onenigheden die lange tijd van het oorspronkelijke ideaal en doel afgeleid hebben, zijn sfeerbepalend. –Deze groepsdubbelgangers dragen veelal zeer ahrimanische trekken; demonische wezens kunnen daar op hun beurt weer in kruipen en de slechte situatie nog meer verergeren. – Rudolf Steiner beschrijft een dergelijk ahrimanisch wezen in samenhang met de katholieke kerk. Niet alleen de kerk, maar ook iedere culturele vereniging en ook de antroposofische vereniging kan een dergelijk wezen voortbrengen. Aangezien echter iedere groepering die met werkelijk grote idealen verbonden is, in de eerste plaats een hoge engel als groepsgeest heeft, moet men zichzelf de vraag stellen: welke betekenis heeft het voor deze engel, aartsengel of archai, wanneer de idealen niet vervuld worden en zich zelfs gedeeltelijk in het tegendeel verkeren? Wendt de engel zich af en zoekt andere werkterreinen? Of wordt hij door de donkerheid van de egregor aangetast en besmet? Ik zou dat als vraag willen laten staan, maar ertoe aanmoedigen, de waarneming in dit opzicht aan te scherpen.
Schilderijen zijn van de hand van Heide Oehms. Vertaling EC Bakker.
Het artikel werd eerder gepubliceerd in het Duitse tijdschrift Lazarus,
nummer 2-2003. Noten: 1. Heide Oehms stipt hier erg kort twee grote zaken aan omdat het artikel
oorspronkelijk voor een antroposofisch tijdschrift geschreven is. Christus
hangt altijd samen met de eigen verantwoordelijkheid (of je nu wel of
niet kerkelijk bent heeft daar niets mee te maken). Christus is een
zelfstandig wezen en tegelijkertijd dragen we allemaal de Christus-kracht
in ons. Zelf spreek ik van de 'Ik-kracht'. Met de vergeving door Christus
en, verderop in het artikel, de omvorming van het karma door Christus
wordt onder andere gerefereerd aan een moment in het karma-onderzoek,
dat men zoveel daden voor zich ziet die men goed zou willen maken en
daarbij het sterke gevoel van onmacht beleefd dat het onmogelijk is
om dit allemaal alleen te dragen. Hoezeer men ook wil. Bijvoorbeeld
de vele doden die iemand in een incarnatie als een generaal op zijn
geweten kan hebben. Men kan dan ervaren dat men dit niet alleen hoeft
te dragen. Een kolossale belevenis. Dat daardoor ook het verleden een
andere dimensie krijgt is een moeilijke zaak. Heide Oehms had bij navraag
niet direct een voorbeeld bij de hand. Daar komen we bij Zachariël
hopelijk later nog op terug.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||