printversie:
(geen PDF? klik hier)
Interview
met Tanis Helliwell
Door J. D. van Mansvelt
Eind mei (2004) was de Canadese management consultant
Tanis Helliwell in ons land. Vrijdagavond vertelde zij in een volle
zaal van het Driebergse Iona gebouw over haar Ierse zomervakantie
met het kleine Volkje. De dagen daarna gaf zij een workshop over de
omgang met hen en begin juni had ik er een gesprek met haar bij mij
thuis in Rotterdam. Ik begin met een reeks citaten uit haar
boek “Een zomer met het kleine volkje”, uitgegeven in
de Indigo reeks (Christofoor, Zeist, 2004). Die citaten staan steeds
tussen aanhalingstekens. Daarna doe ik verslag van haar optreden in
Driebergen en van ons gesprek bij mij. Ik sluit af met enkele ervaringen
van deelnemers aan haar workshop.
Bij hun eerste ontmoeting vertelt de man-van-het-kleine-volkje,
de leprechaun, aan de verbaasde Tanis:
“Zie je, elementenwezens kunnen, anders dan mensen, nooit
tot scheppers op deze planeet worden. Mensen hebben zich, vanaf het
allereerste begin van hun evolutie, getraind om schepper te worden.
Een soort goden-in-opleiding, zou je kunnen zeggen. Daarbij is de
aarde dus jullie school. Mensen beschikken over vrije wil, een noodzakelijkheid
voor alle scheppers. En jullie zijn het ras op deze planeet dat die
gave heeft”.
Hij vervolgt: “De menselijke wetten verschillen van die
van de elementenwezens. Elementenwezens kennen niet, zoals jullie,
het begrip ‘moraliteit’. En: “Jullie mensen,
jij uitgezonderd, zijn niet in staat de lichtere vibraties te zien,
… zoals die van overleden mensen, of van de wolkenwezens, of
de wezens die de bomen laten groeien.” “Wij hangen de
theorie aan dat mensen zich misschien wel expres grof en compact gemaakt
hebben om gewoon te kunnen doen waar ze zin in hebben - ze zien ons
en andere wezens immers toch niet”. “Het is ons opgevallen
dat mensen een zeer sterke drang hebben om aan alles wat ze maar willen
toe te geven. Dat is om zo te zeggen de keerzijde van de medaille
van de vrije wil. Wezens hebben de vrije wil nodig om te kunnen scheppen,
maar de meeste mensen gaan door een heel proces van strijd met hun
eigen sterke wil –jullie noemen dat ego- om die zó te
kunnen gebruiken als de schepper dat heeft bedoeld”.
Terwijl ik dit opschrijf moet ik onwillekeurig denken aan de Tom Poes
en Heer Bommel verhalen van Marten Toonder: de fijne vibraties van
de schilder Terpen Tijn versus de grofstoffelijkheid van Bommels ego,
bijvoorbeeld.
“De gaven van de elementenwezens zijn die van het lachen,
de blijheid en de schoonheid. De menselijke gaven zijn die van de
wil, het handelen, het doen” hoort Tanis dan van haar leraar,
die zijn naam niet kan noemen omdat hij dan zijn essentie blootstelt
aan misbruik: bijvoorbeeld van lezers van het boek dat zij over hem
en zijn lotgenoten gaat schrijven. In veel oude gemeenschappen waren
zowel het noemen van namen als het elkaar direct in het gezicht kijken
héél delicate handelingen, die alleen onder de juiste
voorwaarden en op de geëigende momenten plaats mochten vinden.
Toppunten van intimiteit: “voor wie ik liefheb wil ik heten
….” dichtte Neeltje Maria Min ooit.
“Wij zijn op zoek naar mensen met wie we kunnen samenwerken,
zowel ten bate van onze beide rassen als ook tot heil van de Aarde
als geheel” vertrouwt het elementenwezen haar even verder in
het boek toe. Dat kan alleen als mensen in het kleine volkje geloven,
als de mensen beseffen dat zij de vreugde op aarde brengen, de schoonheid
van de natuur, van onze lichamen, van ‘alles dat groeit en bloeit’.
“Als jullie in ons geloven, creëert dat versterkte
denkvormen. Denkvormen die wij nodig hebben om te functioneren en
te groeien. Dat kost jullie maar weinig energie terwijl het ons heel
veel energie geeft”. “Daarmee zouden wij dan meer bewustzijn
en vervolgens vrije wil kunnen ontwikkelen, en zo net als jullie medescheppers
worden. Dat zou onze evolutie beslist bespoedigen”. Die
opmerking luidt een nieuwe perspectief in de relatie mens -natuurwezens
in: die van hun vrijheidsontwikkeling. “Een andere manier
om met ons samen te werken is als mensen een samenwerkingsverband
aangaan met de elementenwezens die met hén willen samenwerken”.
“Elementenwezens kunnen het patroon in individuele mensen zien
en we kunnen jullie bij je ontwikkeling helpen zoals we dat ook bij
bomen of planten kunnen”.
Als zij in het Iona gebouw in levende lijve over haar
ervaringen vertelt zie ik haar voor het eerst. Ze is klein van stuk,
tenger gebouwd en heeft een hoge snelle lach, waarin ik de elementenwezens
meen te horen mee lachen.
Veel van de meer dan tweehonderd mensen die naar haar komen luisteren
zijn blij verrast elkaar daar te zien: “jij ook al? Wat
leuk! Ik wist niet dat jij je ook voor het Kleine Volkje interesseerde”.
De komende zaterdag en zondag geeft Tanis dan voor zo’n vijftig
van de aanwezigen een tweedaagse cursus over manieren om vorm te geven
aan onze verhouding met deze, voor de meeste mensen vooralsnog onzichtbare
wereld.

Tanis Helliwell
Zij opent de avond met de mededeling dat ze het nu niet
zozeer over specifieke elementenwezens wil hebben maar vooral over
de toestand van het wezen Gaia: onze aarde. Haar boodschap is dat
we, als we over de aarde nadenken, vooral bewust optimistisch moeten
blijven. Want daar waar we onze aandacht op richten daarheen gaat
onze energie. Aandacht is energie. Veel mensen blijken onbewust een
groot deel van hun dagen te vullen met het uiten van hun ongenoegen
over alles wat ze aan storende ervaringen tegenkomen. We schelden
en klagen vaak veel meer dan we willen weten. Op en over van alles
en nog wat, tot aan onze kinderen en onze partners toe. En omdat ‘wat
binnen in ons is ook buiten om ons heen is’, en omgekeerd,
vullen we daardoor niet alleen ons innerlijk maar ook de wereld om
ons heen met negatieve energie. Daarmee maken we, zonder het ons bewust
te zijn, onszelf en de wereld om ons heen steeds zieker.
Als we daarentegen bewust zonnig zijn, als we opzettelijk vriendelijkheid,
humor en positiviteit uitstralen naar alles en iedereen om ons heen,
dan zaaien we gezondheid. En dan kunnen we uit de wereld om ons heen
dus ook weer gezondheid oogsten. Stel dat slechts één
procent van de mensen op aarde zich steeds weer op de positieve kanten
van het bestaan, van de wereld richt, zal dat de wereld helen. Als
een medicijn. Daarmee begint Tanis haar verhaal.
Vervolgens neemt zij de positieve kant van alle negatieve ontwikkelingen
om ons heen onder de loep. Van alle milieuvergiftigingen, zowel de
stoffelijke vervuiling als de verarming van de biodiversiteit, als
ook de emotionele vergiftiging van de menselijke verhoudingen. Elk
voor zich en allemaal samen zij brengen ons de crises die we nodig
hebben om wakker te worden voor waar we mee bezig zijn.
Zij vertelt hoe de aarde als levend organisme ook bewustzijn heeft.
Net als wij mensen kent ook het aardewezen verschillende dimensies:
stoffen, processen, licht, bewustzijn … Die dimensies, zij kent
er minstens zeven, werken steeds door elkaar heen. Zoals ook bij ons
de fysieke, ether-, astraal en ik-lichamen in en door elkaar heen
werken.
Vandaag de dag treft zij overal een stroom van angstige onrust. Iedereen
zoekt een balans tussen het oud-vertrouwde en het onbekende nieuwe,
tussen de versleten gewoonten en de onzekerheid van dat wat er nog
niet is. Vertrouwen in de toekomst kan niemand ons geven: we moeten
die zelf in ons oproepen, opwekken: dan kunnen we er in groeien en
al doende mee om leren gaan.
Op een vraag uit de zaal antwoord ze dat onze huidige cultuur de voorjaars-
en zomerkant van de werkelijkheid, los van de rest wil fixeren. Herfst
en winter, waarin de uiterlijke wereld terugtreedt om ruimte te maken
voor herstel, voor uitademing, voor reflectie en innerlijke rust:
die kwaliteiten worden vermeden. Daar koop je niets voor, zo denken
we vaak. Maar op die manier putten we de bestaande wereld volkomen
uit en verhinderen we de vernieuwing. Op de vraag hoe je de elementenwezens
om hulp kan vragen als je niet vrolijk en vriendelijk bent, schiet
zij in de lach en zegt: “Dan kun je beter je beschermengel
vragen: die kan je daarbij helpen. Dat is geen werk voor de elementenwezens”.
Tenslotte geeft zij aan hoe zij de deelnemers aan de cursus de twee
daaropvolgende dagen bij de elementenwezens zal introduceren. Aarde,
water lucht en vuurwezens, maar ook persoonlijke raadgevers voor elk.
Wat de overige luisteraars van die avond betreft heeft zij een prachtige
uitsmijter: ”Hoe meer je doet waarvoor je hier op aarde
gekomen bent, hoe meer je de essentie van je levensdoel te pakken
krijgt, hoe meer alle elementenwezens die je daarbij nodig hebt naast
je staan om je te helpen door hun deel van het werk te doen”.
Zoals gezegd: de dag na Pinksteren kan ik haar interviewen.
Samen met haar gastheer van dit bezoek, Leo Fluitman, komt zij bij
mij langs in Rotterdam. Ze vertelt:
“Het is voor mij erg belangrijk gebleken om op de subtiele
signalen te letten: die van mijn lichaam en die van gebeurtenissen
om mij heen. Steeds is er de neiging om, telkens als die optreden,
vanuit je hoofd te menen dat die niets voorstellen. Dat dat slechts
inbeeldingen of toevalligheden zijn. Veel later kun je je dan realiseren
dat je daar beter op had kunnen letten. Dat had veel teleurstellingen
kunnen voorkomen. Maar precies dat inzicht is toch ook het resultaat
van het er aanvankelijk aan voorbij leven”. Zij verwijst
naar de ongelovige Thomas, die zonder tastbaar bewijs zijn ogen niet
kon of wilde geloven.
Hoe minder geloof je hecht aan die subtiele hints van het leven, hoe
sterker je je in jezelf afsluit uit angst en weerzin tegen de eigen,
ontkende ervaringen, hoe sterker het verlangen diep binnen in je groeit
om die andere wereld juist wél te ervaren. Net alsof je je
zelf doof maakt en de wereld om je heen steeds harder moet praten,
terwijl jij maar blijft roepen: wat zeg je? Ik versta niet wat je
zegt.”
“Onze wetenschappelijke kennis van vandaag de dag zit ons
erg in de weg om deze ervaringen toe te laten. Op zich is kritisch
nadenken overigens een erg belangrijke verworvenheid. Alleen: die
zouden we niet vóór onze spontane ervaringen moeten
zetten, als een gekleurde bril, maar achteraf. Dan kunnen we ook bewuster
uitproberen en analyseren met welke bril of combinatie van brillen
we de opgedane ervaringen het beste kunnen begrijpen”.
“In het afgelopen werkweekeinde gaf ik geleide visualisaties
waarin ieder contact zocht met zijn eigen lichaamswezen, bijvoorbeeld
met de vraag of dat wezen zich goed voelde, blij of ongelukkig was
met de manier waarop we ermee omgingen, dat wil zeggen met ons lichaam.
En ook of het ons raad kon geven hoe beter met ons lijf, met dat wezen
om te gaan”.
Op mijn vraag of elementenwezens wel of niet aan strakke orde en regelmaat
gehecht zijn, in huis, op het werk en in het algemeen, zegt zij: “dat
is zeker zo, maar niet dodelijk strak en stijf. Het mag best wat losjes,
als het maar geen chaos wordt. Dan zuigt het teveel kracht weg. Speelsheid
is het toverwoord: ze genieten van humor. Ze staan open voor ontwikkeling”.
Hoe ziet zij de verhouding tussen onze persoonlijke engel of beschermengel
en het persoonlijke elementenwezen?
“Er zijn voor elk mens twee elementenwezens. Ten eerste
het lichaamswezen. Dat gaat van incarnatie tot incarnatie met ons
mee en ontwikkelt zich met ons. Tussen dood en nieuwe geboorte heeft
het pauze, maar vanaf de bevruchting waaruit wij het lichaam bouwen
waarin wij geboren zullen worden is het actief in de vorming van onze
vier lichaamsvormen: het stoffelijke, het levende, het gevoelige en
het mentale (ik) lichaam. Het ander wezen is wat ik noem je elementenvriend.
Dat is een nieuw soort wezen. Die orde van wezens, waartoe ook mijn
Leprechaun behoort, is opgebouwd uit Trol, Elf, Fee enzovoorts. Voor
elementenwezens hebben zij een hoge mate aan eigen individualiteit.
Zij vormen een wereldwijde groep van wezens die op zoek zijn naar
mensen die met hen willen samenwerken aan de verdere aardeontwikkeling.
De elementenwezens werken vooral met vorm, met het vormen van de wereld.
Ze werken dus in de etherwereld, de wereld van de levenskrachten,
die vorm geven aan alle processen en stoffen die daaruit ontstaan.
Engelen werken op hun beurt juist met de essenties, met de wezenlijkheid
van het bestaan. Zij werken met dat wat de vormen vult, vervult en
doordringt. Zij hebben kwaliteiten als vertrouwen, liefde en genezing
beschikbaar voor de mensen. De elementenwereld leveren materiaal en
vorm voor de schaal die wij vormen om de engelwereld in te kunnen
ontvangen”.
Wat haar persoonlijke ontwikkeling betreft, en hoe zij daar nu zelf
aan verder werkt, vertelt zij:
“Het vermogen om de elementenwezens waar te nemen heb ik
als kind in mezelf aangetroffen. Maar als volwassenen wilde ik de
bewustzijnsontwikkeling van de huidige mensen goed leren kennen. Ik
schoolde mezelf als psychotherapeut en consultant voor organisaties.
In Ierland kwam het echt als een shock, een verrassing voor me dat
de elementenwezens wilden dat ik de mensen over hun evolutie zou gaan
vertellen. Terugkijkend is het een ontbrekend stuk, dat ik nodig had
om mijn bijdrage te kunnen leveren aan het gezond maken van de aarde:
het genezen van Gaia. Dat was en is een kernthema in mijn leven, en
daarbij kwam de Ierse inwijding als geroepen, ook al had ik het zelf
niet zo bedacht. Wel was ik daarvoor al meer dan tien jaar bezig geweest
met groepen mensen naar de acupunctuurplaatsen van de aarde te reizen.
Dat waren op zich ook al transformerende tochten voor mij en de deelnemers.
In mijn gewone consultant leven werk ik veel aan milieuvraagstukken
van grote ondernemingen: strategische planning. Ook voor kerncentrales.
Daarbij is mij een van de vreselijkste fouten van mijn leven overkomen.
We zochten naar nieuwe toepassingen van die technologie omdat de centrales
gesloten moesten worden. Ik deed een visualisatie met die mensen en
daarbij kwam er een op het idee voedsel te bestralen. Ik deed wat
ik kon om het hun uit hun hoofd te praten: hoe konden ze menen dat
voedsel zo’n bestraling zou overleven. Maar ik kon het ze niet
meer uit hun hoofd praten. Dat hangt nog steeds als een zwarte dag
in mijn geweten”.
“Als mens hebben we alle soorten van elementenwezens in
ons. Voor alles wat we denken en voelen en doen, eten, verteren, slapen,
ontwaken: bij alles wat we doen en laten hebben we de hulp van elementenwezens
nodig. We maken dus ook gedachtevormen en oordeelsvormen. In mijn
trainingen help ik mensen om de vormen die ze niet meer nodig hebben
op te ruimen. Als we die overbodig geworden vormen in onszelf hebben
opgeruimd kunnen we ook gaan helpen de overbodige vormen in het collectieve
bewustzijn op te ruimen. Dat zou je kunnen beschouwen als het verlossen
van negatieve elementenwezens uit hun destructief functioneren. Volgend
jaar zomer kom ik hier in Holland zo’n werkgroep doen”.
“Ik wil dan ook absoluut niet als medium werken en iedereen
overal antwoord op geven. Ik wil mensen leren zelf hun eigen vermogens
te ontwikkelen, zodat ze zelf de verhouding met de elementenwezens
kunnen opbouwen en verder ontwikkelen die zij zelf willen, die zij
zelf nodig hebben en die zij de vorm geven die op dat moment bij hen
past”.
“Ik schrijf mijn boeken om mensen te vertellen dat die wereld
van elementenwezens bestaat en toegankelijk is voor wie wil. Maar
mijn bedoeling is ze daardoor aan te moedigen zelf aan de slag te
gaan. Allereerst mijn cursussen te volgen en dat dan in hun dagelijkse
leven inbouwen verder ontwikkelen en zo als het hen past”.
Als ik opmerk dat Steiner ook altijd hoopte dat mensen
zijn voordrachten niet zwelgend zouden opzuigen maar als aanmoediging
zouden nemen om zelf hun bovenzinnelijke kenvermogens te scholen zegt
zij:
“Vroeg in mijn leven heb ik de Evangeliecycli van Steiner
leren kennen en zo de toegang tot het Christendom weer terug gevonden.
Verder heb ik nog maar weinig van zijn werk leren kennen. Maar uit
wat ik er nu van weet moet ik zeggen dat ik me daar erg verwant mee
voel. Ik zit op het zelfde spoor, maar dan wel anders, namelijk nu,
in deze tijd, en met mijn eigen opdracht. Wat mij wel opvalt is dat
wat ik nu te vertellen heb over de elementenwezens met name bij antroposofen
veel belangstelling vindt”.
Over het omgaan met gaven aan de elementenwezens zegt ze: “Als
je een glas melk, een stuk fruit of een stuk chocolade voor ze hebt
neergelegd is het de dag erna niet meer eetbaar. Zij hebben de levenskrachten
er als hun voedsel uit genomen, en wat achterblijft is mest: goed
voor de compost maar niet voor ons als voedsel. Met de hostie gebeurt
het omgekeerde: daar worden brood en wijn met positieve energie verrijkt.
Als je bidt voor het eten gebeurt dat ook al in zekere mate. Als je
met eerbied en liefde eten klaar maakt dan maakt dat ook al uit. We
hebben, bewust of onbewust, veel meer geestelijke invloed op de werkelijkheid
in en om ons heen dan we gewend zijn te denken”.
Op mijn vraag naar de bd-preparaten zegt ze dat dat eigenlijk geen
vraag voor de elementenwezens is maar een voor de hogere hiërarchieën.
Díe componeren en inspireren de wezenlijke vernieuwing van
de aarde, waaraan de elementenwezens dan vervolgens met plezier en
toewijding hun bijdrage leveren.
“Zeker, ook bedrijven, in de landbouw en daarbuiten, hebben
hun elementenwezen, met daarbinnen alle deelwezens die je je maar
voor kan stellen. Het regelwezen, het it-wezen, het voederwezen, het
vruchtwisselingwezen, het vergaderwezen, het geldwezen: noem maar
op. Door alles wat we doen scheppen we elementenwezens, in alles wat
we waarnemen leven ze. Elk daarvan heeft zijn eigen karakter, z’n
eigen energie, die we er ooit zelf aan gegeven hebben. Traditie is
er ook zo een. Die kan zo sterk zijn in een bedrijf, in een familie,
in een stal of waar dan ook, dat de mensen die er werken er niet tegenop
kunnen. Dan werkt zij dodelijk, mummificerend. Dat kan ook in verenigingen
optreden. Denk maar aan wat ik eerder zei over hun behoefte aan orde
en regelmaat enerzijds en die aan speelsheid, aan verandering, aan
ontwikkeling anderzijds. Dat geldt hier ook. En niet in het minst
voor wat de voordrachten betreft die Steiner hield in het begin van
de vorig eeuw. Zoals hij overigens zelf ook dikwijls benadrukte”.
Even later zegt zij:
“Ons denken schept vormen: dat zijn de elementenwezens;
ons voelen vult de vormen met inhoud. Die gevoelens zijn meer engelachtig
van karakter, zij maken de vormen levendig”. En:
“De huidige genentechnologie gaat bijzonder bruut en destructief
om met de plantenwezens. Dat staat buiten kijf. Maar aan de andere
kant is de benadering die eind vorige eeuw in Findhorn tot die geweldig
grote groentes leidde óók niet alles. Findhorn was een
plaats die berucht was om haar slechte groeicondities. Ook daar werd
dus een techniek toegepast die succesvol was maar die niet tot in
alle consequenties werd doorzien. Daarom zijn Dorothy Mclain en Peter
Caddy er mee gestopt.
De grote kunst is, ook bij gezonde veredeling, om je steeds af te
vragen: wat zijn de gevolgen van mijn huidige daden voor zeven generaties
na nu. In dit geval: wat vraagt de groei die ik teweeg breng met mijn
landbouw van de aarde, van het water, de lucht, het landschap, de
landbouwhuisdieren, de andere dieren enzovoort. Eigenlijk zou je je
dus als boer door het bedrijfssysteem als geheel, door het bedrijfsorganisme
moeten kunnen laten vertellen of een door jou geplande maatregel hun
past. Wat jouw planning, wat jouw bedrijfsvoering voor hun betekent.
En daarmee ook voor het voedsel dat je produceert”.
Als ik haar tenslotte vraag wat haar Leprechaun aan de bd-boeren te
zeggen heeft, vertelt zij dit.
“De boodschap aan de boeren waarvoor je schrijft is dit:
vraag hulp aan de elementenwezens voor de juiste acties op je bedrijf,
acties die de duurzame levenskwaliteit van het geheel ten goede komen.
Maak één of meer plaatsen op je bedrijf waar zij, ongestoord
door mensen, kunnen leven en hun stadse soortgenoten herstel, revitalisatie
kunnen aanbieden. Een plekje natuur, met veel biodiversiteit”.
Uit een mondeling verslag van de weekeind werkgroep
met Tanis Helliwell, dat ik een week later krijg, blijkt dat vrijwel
alle deelnemers daar, met hulp van door haar geleide meditaties, hun
eigen lichaamswezen en de volgende dag ook een elementenwezen konden
waarnemen. Veelal was het de deelnemers ook mogelijk met die wezens
te spreken: een of meer vragen te stellen en die beantwoord te krijgen.
Ook op de conferentie ‘Tussen Bron en Actualiteit',
midden Juli op de Reehorst, hoor ik nog enthousiaste verhalen over
ervaringen met elementenwezens, geïnspireerd op het werk met
Tanis. Ik moet denken aan het verschil in acceptatie nu en in de tijd
waarin ‘BD-mensen’ als Frits Julius en Hans Wolterbeek,
midden vorige eeuw, contact met de elementenwezens zochten, vonden
en verzorgden. Mooi om daar nu weer bij aan te kunnen knopen.
Dit interview werd gepubliceerd in BD-Perspectief,
nr 5, 2004. (Met toestemming redactie overgenomen)
Klik
hier voor meer BD-artikelen.