printversie:
(geen PDF? klik hier)
Van
Pearl Harbor tot Nederlands-Indië
Deel
3
"the
United States desires that Japan commit the first overt act"
Drs.
EC Bakker
(Voor
voetnoten en verantwoording citaten: zie printversie bovenaan)
1 Najaar 1941: de laatste
maanden voor Pearl Harbor
Een Japanse aanval in Zuidoost-Azië was sinds 26
juli met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid op korte termijn
te verwachten. Hoe stonden de militaire voorbereidingen er op dat
moment voor?
Het Japanse leger moest overzee met grote aantallen
transportschepen komen. De meest effectieve remedie hiertegen zou
de massale inzet van duikboten en jachtbommenwerpers zijn. De Filippijnen
lagen relatief het dichtst binnen het bereik van de Japanse marine.
De Amerikanen hadden naast een aanzienlijke luchtmacht, een 24-tal
duikboten in de haven van Manilla liggen. Op Borneo beschikten de
Britten en Nederlanders over luchtmachtbases. De Nederlanders hadden
een dozijn duikboten, die merendeels op Java waren gestationeerd.
Singapore was cruciaal voor de toegang tot Ned-Indië. De Britten
stuurden uiteindelijk de slagschepen Repulse en de Prince of Wales
erheen.

Admiraal Kimmel
De eigenlijke slagkracht van de geallieerden lag echter
op Hawai. Met name de drie Amerikaanse vliegdekschepen waren van groot
belang. Admiraal Kimmel en generaal Short droegen gezamenlijk de verantwoordelijkheid
voor de verdediging. Een eerste blik op Kimmel’s commando vanaf
februari 1941, wijst uit dat zijn plannen voor versterking van de
hoofdbasis op Oahu van goed militair inzicht getuigden. Je kan eraan
zien dat hij rekening hield met de nieuwste ontwikkelingen.
In de nacht van 11 op 12 november 1940 werd maritieme
geschiedenis geschreven door de Britse marine. In twee aanvalsgolven
met elk slechts 10 verouderde Swordfish-dubbeldekkers, werden drie
Italiaanse slagschepen in de marinebasis Taranto door torpedo’s
zwaar getroffen.

Taranto 11 november 1940 (bron: naval-history.net)
Let op de dubbele positionering van de torpedonetten en barrageballonnen
Iedere marine-officier diende sindsdien deze gebeurtenis
te bestuderen. Yamamoto liet zijn piloten deze torpedo-aanval oefenen
op een eiland waarop de Amerikaanse marinebasis in Oahu was nagebouwd.
Kimmel had ter voorkoming van een vergelijkbare aanval op Hawai ruwweg
vier dingen nodig: anti-torpedo netten, luchtdoelgeschut, een vloot
jachtvliegtuigen en radar. Het bestuderen van de inspanningen van
Kimmel om deze vier onderdelen ter beschikking te krijgen, leest op
zichzelf al als een thriller.
De bouw van radarinstallaties werd onder de noemer van bescherming
van natuurgebieden nodeloos vertraagd, maar toch zou op 7 december
een klein proefstation op precies de goede plek staan. De torpedonetten
werden door Kimmel direct bij zijn aantreden besteld, twee netten
lagen bij de ingang van de haven (wat niet voldoende was). Luchtdoelgeschut
kreeg hij beperkt toegewezen. Jachtvliegtuigen waren wel beschikbaar,
al was nooit duidelijk hoeveel er permanent op Hawai gestationeerd
zouden blijven.

Roosevelt geeft Admiraal Harold Stark een gouden ster en een tweede
'Distinguished Service Medal', april 1942
Kimmel was formeel wel de baas van de Pacific Fleet,
maar werd voortdurend vanuit Washington overruled door allerlei bevelen
die hem zonder overleg werden opgedrongen. Zo zag hij in het voorjaar
twintig procent van de vloot overgebracht worden naar de Atlantische
Oceaan.
Het merendeel van deze bevelen was afkomstig van admiraal Stark ,
chef van marine –operaties met achter zich generaal Marshall,
opperbevelhebber van het leger en tevens de sleutelfiguur waar het
ging om het organiseren van de Amerikaanse oorlogsindustrie. Kimmel
wendde zich keer op keer direct tot hem met verzoeken voor meer materieel.
Terecht viel te betogen dat de Amerikaanse oorlogsindustrie nog in
opbouw was en dat de middelen verdeeld moesten worden. Alles wat Kimmel
nodig had, werd op de Filippijnen ook gewenst door generaal McArthur,
met naast zich admiraal Hart.
In die laatste spannende maanden oktober en november kun je niet zeggen
dat de Amerikanen zich in materieel opzicht slecht voorbereidden.
Het in het oog springende zwak punt zit vooral in de onduidelijkheid
op het gebied van communicatie. De oorzaak hiervan is het ontbreken
van een duidelijke overkoepelende strategische visie en daarmee verbonden
bevelsstructuur.
Wie op zoek gaat naar dergelijke doorslaggevende gebeurtenissen,
zou er goed aan doen om op zaken te letten die er nu juist niet zijn.
Groot probleem in al die discussies over Pearl Harbor is dat men het
Amerikaanse opperbevel niet kan afrekenen op resultaat op basis van
een duidelijke verdedigingsstrategie. Men moet het voortdurend van
verklaringen van allerhande officieren hebben, waarvan er velen het
achterste van de tong nooit hebben laten zien.
Het is echter niet onmogelijk om jezelf te verplaatsen
in de militaire overwegingen die ongetwijfeld een rol hebben gespeeld.
Iedere militair had rekening te houden met een Japanse aanval vanaf
september 1941. Bekeek men dit uitsluitend vanuit direct Amerikaanse
militaire belangen, dan waren de Filippijnen en Hawai de hoofddoelen.
Een aanval op deze hoofddoelen kwam hoe dan ook vanuit zee met steun
van vliegdekschepen. Luchtaanvallen zouden vrijwel zeker onderdeel
uitmaken van de operaties.

PBY Catalina van de Amerikaanse marine; bij uitstek geschikt voor
de lange afstandspatrouille
Vanuit mijn eigen optiek, sprongen twee vragen er bij
de defensieve voorbereidingen uit. De eerste was hoe voldoende vliegtuigen
op tijd in de lucht te krijgen om zich in de hangars en op de landingsbanen
niet te laten overrompelen door de vijandelijke luchtmacht. De andere
vraag was hoe je de gigantische vloot die bij een dergelijke aanval
op je af kwam een zo effectief mogelijke slag zou kunnen toebrengen.
Wat zou een bevelhebber moeten doen om deze twee vragen te beantwoorden?
Hij moest een waarschuwingssysteem creëren in een cirkel van
150 kilometer rond zijn eigen luchtmachtbases. Dit gaf hem pakweg
20 minuten om de eigen vliegtuigen op tijd de lucht in te laten gaan.
Voor het onderscheppen van de vloot was een aanvullend observatiesysteem
nodig over een gebied van honderden kilometers, om zo vroeg mogelijk
de route en samenstelling in kaart te brengen. Het was al met al een
kwestie van permanente vliegtuigpatrouilles voor de korte afstand
en regelmatige patrouilles voor de lange. Binnen het detectiegebied
was het zaak een aantal snelle schepen rond te laten varen en altijd
een stel duikboten actief te hebben om eventueel een eerste slag te
kunnen uitdelen. Het afluisteren van radioverkeer kon bovendien indicaties
geven waar grote delen van de Japanse vloot zich bevonden. Voor al
deze basale maatregelen hoefde men in principe geen enkele kennis
te hebben van Japanse codes.
Daarnaast was er nog een veelbelovend geheim wapen in handen van de
Britten: radar. Bij de (lucht)slag om Engeland kwamen Britse vliegtuigen
altijd op tijd in de lucht door een keten van radarstations aan de
Britse kust.
Beziet men de zaak vanuit het standpunt van de Japanners,
dan kun je een vermoeden krijgen van de felle discussies die daar
moeten hebben plaatsgevonden. De voornaamste zorg was hoe men in vredesnaam
vliegdekschepen onopgemerkt in de buurt van Hawai moest krijgen. Hemelsbreed
was de afstand al 5000 kilometer, de meest misleidende omtrekkende
beweging was 7000 kilometer. Er moesten olietankers mee ter bevoorrading
en een flink escorte van kleinere schepen. Al met al een reis van
10 dagen met een grote vloot, die vrijwel onmogelijk onopgemerkt kon
blijven.

Joseph Rochefort, commandant van station HYPO
Admiraal Richardson had in de maanden voor zijn feitelijke
ontslag de belangrijke stap gezet om het afluisterstation HYPO op
Hawai al op oorlogsstand te laten opereren. Hij deed dit vooral om
een onafhankelijke bron van informatie naast Washington te hebben.
De baas van HYPO was luitenant Rochefort. Hoewel bekend met decoderen,
had deze zich ontwikkeld tot een specialist op het gebied van een
ander belangrijk informatie-instrument: ‘Radio Direction Finding’
(RDF). “Je kunt niet altijd vertrouwen op de mogelijkheid
om berichten te kunnen lezen. Vijandelijke codering wordt continu
gewijzigd om ontdekking te voorkomen. Je moet in staat zijn jezelf
in een positie te brengen waarbij je een hoop informatie boven tafel
kan krijgen door de berichtenstroom zelf, zónder ze te kunnen
lezen. Door middel van ‘radio richtingzoekers’ kun je
de geografische positie van de vijand vaststellen.” Begin
oktober registreerde het team van Rochefort op HYPO een enorme toename
in Japans radioverkeer. Men concludeerde dat een enorme hergroepering
van de Japanse vloot gaande was. Dit alarmeerde Rochefort zodanig,
dat hij op 8 oktober een zogenaamd ‘8 dagen’- regime instelde,
waarbij de ‘8e dag’ een soort extra inventarisatie was
van de scheepsbewegingen van cruciale onderdelen van de Japanse vloot.
Hierdoor begon men de bewegingen van olietankers in kaart te brengen.
Rochefort kwam ruwweg tot twee grote bewegingen; de een in Zuidoost-Azië,
de ander in het noordelijke en het middendeel van de Stille Oceaan.
2 De onderbroken oefening
van Kimmel
Binnen de Amerikaanse marine werd onder hoge officieren
al 25 jaar gediscussieerd over een Japanse aanval vanuit het noorden
op Hawai. In 1938 werd bij een grote oefening een vergelijkbare aanval
reeds uitgevoerd. Degene die de Japanners ‘speelde’, admiraal
King, slaagde er in, “tot onaangename verrassing van alle
betrokkenen”, zijn vliegtuigen boven de Amerikaanse vloot
te krijgen.
De meest waarschijnlijke zone waarlangs de Japanners zouden komen
stond al jaren vast. Deze was redelijk eenvoudig af te leiden, door
het stuk te nemen waar relatief het minst koopvaardij- en visserijschepen
de vloot zouden kunnen opmerken.
Kimmel stelde in augustus 1941 een intensief trainingsschema op voor
deze regio, dat liep tot en met juni 1942. Oefeningen in oktober ging
echter niet door omdat een derde van de vloot voor training en onderhoud
naar de Amerikaanse westkust was geroepen. Eind oktober stelde Kimmel
het schema bij, ongetwijfeld na de door Rochefort ruwweg vastgestelde
twee grote Japanse vlootbewegingen en zette een grootscheepse oefening
door.

Admiraal Nagumo
Admiraal Kimmel besloot een vergelijkbare oefening te
doen als de zojuist genoemde uit 1938 met deelname van 46 schepen
en 126 vliegtuigen. Op zondag 23 november, koos het Japanse ‘kamp’
exact de aanvalspositie die admiraal Nagumo twee weken later zou innemen.
De voorzorgsmaatregelen van het Amerikaanse kamp waren echter goed;
niet in het minst omdat men lange afstandsvliegtuigen op patrouille
stuurde. Eén ervan detecteerde de Japanse ‘vloot’
precies op het moment dat ze de aanvalspositie innam: 300 kilometer
ten noorden van Oahu bij de onderzeese berg Prokofiev. Vanuit militaire
logica is het begrijpelijk, maar toch grenst het aan het ongelofelijke
dat het ‘Japanse kamp’ een kopie van de aanval voorbereidde
van twee weken later. Niet alleen de plek van waaruit de vliegtuigen
zouden opstijgen, maar ook de zondag en het tijdstip; de vroege ochtend.
Opeens werd de oefening voortijdig afgeblazen. De druk
kwam uit Washington, formeel van vice-admiraal Ingersoll, de eerste
man na Stark, die dit staafde met de mededeling dat oorlog met Japan
heel reëel was en dat iedereen zijn manschappen in paraatheid
diende te brengen. Hij benadrukte echter: ”uiterste geheimhouding
is noodzakelijk om de zaak niet te compliceren en Japanse actie te
bespoedigen” In de praktijk kwam dit laatste erop neer
dat men Kimmel expliciet opdracht gaf de oefening af te blazen omdat
er nieuw beleid in de maak was en schepen nodig waren voor allerlei
‘geheime’ transporten. Kimmel zei in 1946 hierover dat
hij deze mededeling beschouwde als een uitdrukkelijk bevel om geen
provocerende actie te ondernemen tegen Japan. Hij herinnerde daarbij
aan een schrijven dat Stark hem eind september overhandigd had: “Op
dit moment heeft de president alleen schietinstructies gegeven voor
de Atlantische Oceaan en het Zuidwesten van de Stille Oceaan.”
Stark liet hem op subtiele wijze weten dat overtreding van deze regels
tot de krijgsraad zou leiden.

De route van de Japanse vloot richting Pearl Harbor
Op 25 november, achteraf gezien een uur nadat admiraal
Nagumo vertrok vanaf de Koerilen, werd de opdracht gegeven voor het
omleiden van alle scheepvaartverkeer in de Stille Oceaan via het zuiden.
Op een hoorzitting van de Senaat in 1945 zei admiraal Turner, toenmalig
lid van de marinestaf in Washington, hierover in alle verbijsterende
openheid: “(..) we stuurden het scheepsverkeer via de Straat
van Torres, zodat de route van de Japanse aanvalseenheid vrij zou
zijn van ieder verkeer.”
Kimmel gaf echter niet geheel op en trof op 25 november
voorbereidingen voor een kleinschaliger oefening, gericht op de verdediging
van Hawai gecentreerd rond het vliegdekschip USS Enterprise en het
slagschip USS Arizona. Deze exercitie zou plaats vinden van 28 november
tot 5 december en bevatte een aanvalsschema voor het geval men echt
op een Japanse vloot zou stuiten.

USS Enterprise: naar Midway gestuurd op 26 november
Binnen 24 uur verdween het plan in de prullenbak. Op
26 november dirigeerde Stark vanuit Washington de USS Enterprise naar
Wake en Midway , met aan boord juist die marine-eenheden met hun vliegtuigen
die speciaal getraind waren om Japanse vliegdekschepen op te sporen.
Op 5 december werd het enig overgebleven vliegdekschip, de USS Lexington,
richting Midway gestuurd. (Het derde vliegdekschip, de USS Saratoga,
lag voor onderhoud in Californië.)
De vliegdekschepen werden begeleid door 19 andere schepen, waarmee
de vloot op Hawai werd gehalveerd. De 27 schepen die achterbleven
op Oahu, vormden het oudste deel van de vloot, ze waren vrijwel allen
meer dan 20 jaar oud.
In de VS gaf dit vertrek van het modernste deel van
de vloot kort voor de aanval aanleiding tot speculaties omtrent voorkennis.
Stark werd erover ondervraagd op de hoorzittingen in 1945: “De
data werden vastgesteld door admiraal Kimmel. Wij gaven geen specifieke
data.” Hij kwam ermee weg.
Een belangrijke omissie bij de hoorzittingen in ’45-’46
is namelijk dat men niet de samenhang heeft onderzocht tussen het
afbreken van de oefeningen en het wegvaren van de moderne schepen.
3 De laatste onderhandelingen
tussen de VS en Japan
De vlootbewegingen vonden plaats in de eindfase van
de onderhandelingen met Japan. Na het terugtreden van Matsoeoka begin
juli, was de diplomatieker ingestelde Konoje aan het werk gegaan.
Hij moest midden oktober terugtreden nadat de Amerikaanse druk alleen
maar was opgevoerd en één van zijn vertrouwelingen deel
bleek uit te maken van een Russisch spionagenetwerk.(Zie de paragraaf
over operatie Barbarossa) Onder leiding van Todjo werd een kabinet
gevormd dat zich weliswaar voorbereidde op oorlog, maar wel degelijk
de opdracht kreeg een laatste serieuze poging te wagen om tot een
vergelijk te komen. In Washington ging een laatste onderhandelingsronde
eind november van start.

George Marshall en Minister van Oorlog Henry Stimson
Op 15 november riep Marshall een select gezelschap van
journalisten bijeen. Een ieder die uit principe niet bereid was geheimen
te bewaren, werd gevraagd de kamer alsnog te verlaten. Niemand vertrok.
Marshall zei dat hij deze bijeenkomst organiseerde om “sleutelpersonen
van de pers een paar zaken te laten weten opdat zij bij hun interpretatie
van de komende gebeurtenissen niet de militaire strategie van de VS
in gevaar zouden brengen”. Hij liet doorschemeren dat de VS
toegang hadden tot Japanse codes: “Wij weten wat zij weten
en zij weten niet dat wij het weten.” Vervolgens voorspelde
hij dat een oorlog met Japan in de eerste 10 dagen van december zou
uitbreken.
Aangezien de Amerikanen de purpercode hadden gekraakt,
kon men zich eenvoudig op de onderhandelingen voorbereiden. Minister
van Buitenlandse Zaken Hull wist dat de Japanners een eerste voorstel
hadden met daarnaast een soort plan B met de alleruiterste consessies.
Na Amerikaanse afwijzing van de eerste voorstellen, kwamen de Japanners
inderdaad met plan B. Het voornaamste punt was dat ze zich terugtrokken
uit het zuiden van Frans Indochina in ruil voor opheffing van het
handelsembargo. Het Amerikaanse conceptvoorstel sloot hier verrassend
bij aan; als extra eis werd het verminderen van de troepenmacht in
het noorden van Indochina gesteld, maar omtrent China werd alleen
de wenselijkheid van vredesonderhandelingen benadrukt. Daarnaast verklaarden
de Amerikanen zich ook bereid bij de Britten en Nederlanders aan te
dringen om handelsconcessies aan Japan te verlenen. Hull stuurde het
conceptvoorstel eerst naar China en de Nederlandse en Britse regering.
China reageerde negatief, de Nederlanders waren verbaasd over de toegeeflijkheid
van Hull. Op 25 november kwam het akkoord van Churchill binnen.

Roosevelt en minister van Buitenlandse Zaken Cordell Hull
De verklaringen lopen natuurlijk uiteen, maar feit is
dat Hull na overleg met Roosevelt het conceptvoorstel liet vallen
en op de middag van 26 november de Japanse delegatie een beduidend
scherpere lijst met voorstellen deed toekomen: terugtrekking uit China,
opzegging tripartite-pact met Duitsland en Italië, opheffing
van de marionettenstaat Mantsjoekwo.
De Japanners trokken hieruit hun conclusies en besloten
na intern beraad op 29 november definitief tot oorlog. Ze wisten dat
hun kansen op succes te verwaarlozen waren. Vanuit hun standpunt gezien
was dit de enige eervolle optie. Prins Konoye schreef: “De
natie ging de oorlog in met een tragische vastberadenheid en in wanhopige
zelfverloochening.”

November 1941
Twee vliegdekschepen, voorop de Shokaku Zaka, onderweg naar Pearl
Harbor
Op dat moment was de Japanse vloot al in beweging. Op
18 november was men naar de Koerilen in het noordoosten gevaren, waar
men de 22e aankwam. In de ochtend van 26 november werden de ankers
gelicht en begon men aan de lange tocht naar Hawai. Het eskader onder
leiding van admiraal Nagumo bestond uit 34 schepen, waaronder zes
vliegdekschepen en acht volgegoten olietankers.
Orkanen teisterden de vloot; tientallen manschappen werden van de
dekken in de kolkende zee geworpen. Op 2 december seinde opperbevelhebber
Yamamoto vanuit Japan: ‘Beklim berg Niitaka’,
de code voor ‘zet de aanval voort’. Later op de dag volgde:
‘Dag X is 8 december’, wat in verband met de
datumlijn 7 december was op Pearl Harbor. De kans op ontdekking steeg
met het naderen van Hawai. Naderhand is vastgesteld dat afspraak luidde:
werd men voor of op 5 december ontdekt, dan ging de aanval niet door,
bij ontdekking op de 6e was de beslissing aan Nagumo, de 7e betekende
hoe dan ook doorgaan.
Roosevelt gaf op 27 november opdracht aan alle Amerikaanse
legereenheden in de Pacific om zich voor te bereiden op oorlog. Echter,
onder de uitdrukkelijke order dat Japan de eerste aanval moest doen.
Voor Hawai werd de order nader gespecificeerd door Marshall: ‘beschermende
maatregelen dienen beperkt te blijven tot het absoluut noodzakelijke’
en ‘vermijd onnodige publiciteit en verontrusting’.

De waarschuwingsmemo van Marshall
Overal, van Indochina tot de Marshall-eilanden, werden
verdachte Japanse vlootbewegingen waargenomen. Vijftig jaar lang hield
echter het verhaal stand dat de vloot bij de Koerilen niet getraceerd
werd omdat Nagumo absolute radiostilte handhaafde. Dat blijkt zeer
zeker niet het geval te zijn. Toen de orkanen uitgewoed waren, was
de vloot zozeer over de zee verspreid dat Nagumo op 30 november via
de radio oproepen moest doen om de schepen bijeen te brengen. Men
zette de transmitters op laag vermogen; een procedure waarmee het
bereik tot zo’n 120 kilometer beperkt bleef. Juist op dat moment
vond echter een zonnestorm plaats, een fenomeen dat enkele keren per
jaar plaatsvindt. Zonnestormen beïnvloeden het magnetisch veld
van de aarde, vooral in die regionen, rond de wintermaanden, waardoor
het noorderlicht wordt veroorzaakt én grote verstoringen in
het radioverkeer. Op vier Amerikaanse afluisterstations werden hierdoor
de signalen van de aanvalsvloot opgevangen waarop men met behulp van
RDF de positie kon lokaliseren. Zo ook op het in RDF gespecialiseerde
station HYPO op Hawai. Stinnet ontdekte echter in de archieven dat
vanaf 1 november de RDF- rapportages in de dagelijkse kopieverslagen
van station HYPO aan Kimmel ontbreken. Al met al heeft hij voor de
periode van drie weken voor 7 december, 129 onderschepte berichten
van de Japanse marine gevonden.
De Nederlandse afluistereenheid op Bandoeng onderschepte
aanwijzingen omtrent de aanval op Hawai; zij lokaliseerden op 27 november
Japanse oorlogsschepen ten zuidoosten van de Koerilen en speelden
deze informatie door aan de Amerikanen.
Eén bericht is er bekend dat direct Hawai als doel noemt. Het
was afkomstig uit admiraal Nagano’s hoofdkwartier in Tokio en
hield zich kennelijk niet aan de basale veiligheidsmaatregelen ten
aanzien van het radioverkeer: een bericht naar de 11e luchtvloot op
Taiwan, waarin de commandant werd gewaarschuwd geen verdachte manoeuvres
te ondernemen teneinde ‘het succes van de Hawai-aanval te verzekeren’.
Stinnet vond aanwijzingen voor Amerikaanse onderschepping in de logboeken
van twee afluisterstations, maar kreeg geen toegang tot de daadwerkelijke
documenten.

Het ontcijferde Dag X bericht, zoals het in de archieven ligt
De hierboven vermelde aanvalsorders ‘beklim berg
Iitaka’en ‘dag X is 8 december’ liggen al decennia
ter inzage in de archieven. Ze zijn onderschept, maar de decodering
is omgeven met geheimhouding. Van de eerste is alleen de vertaling
toegankelijk, niet het origineel, zodat zelfs de codering nog steeds
onbekend is. ‘Dag X’ was daarentegen in purpercode, maar…..werd
pas gedecodeerd ná de aanval. De formele lezing is dat het
leger acht dagen nodig had voor decodering. Dit gold in elk geval
niet voor de onderschepping van de instructies vanuit Tokio aan de
ambassadeur in Washington die, in 4 delen verspreid over 24 uur, op
6 en 7 december binnenkwamen. (Let hierbij op dat in Hawai de dag
ruwweg vijfenhalf uur later begint dan in Washington)
4 Onderschepte oorlogsinstructies
aan de Japanse ambassadeur
Roosevelt had een soort spoed-decodeerstaf bij de hand,
die binnen een uur een A-4tje purpercode om kon zetten. Op 6 december
om half 10 ’s ochtends lag deel 1 gereed, waarin gezegd werd
dat Japan na een jaar onderhandelen met een reactie zou komen. De
ambassadeur moest zich voorbereiden om de komende tekst een keurige
lay-out te geven en deze direct op een nog aan te geven tijdstip aan
de Amerikanen te presenteren. Met andere woorden; dit leek op voorbereidingen
voor het afgeven van een oorlogsverklaring. Rond 16.00 lag deel 2
ter tafel, die om 21.30 aan Roosevelt werden gepresenteerd. Er stonden
allerhande beschuldigingen aan het adres van de VS in, zoals het rekken
van de oorlog in China door de Amerikaanse steun aan Chiang Kai-shek.
Het bericht sloot af met de aankondiging dat Japan de opstelling van
Amerika niet langer kon tolereren. Naar verluidt, las Roosevelt de
zaak in 10 minuten door. Toen hij de papieren neerlegde zei hij: “Dit
betekent oorlog.” De koerier hoorde in de belendende kamer
het gesprek dat volgde tussen Roosevelt en zijn assistent Hopkins.
Ze spraken niet over Hawai of de mogelijke oorlogsdatum. Hopkins verzuchtte
dat het toch jammer was dat Amerika niet de eerste slag kon toebrengen.
Roosevelt antwoordde: “Nee, dat kunnen we niet doen. We
zijn een democratie en een vredelievend volk. ” ,vervolgens
verhief hij zijn stem, “Maar we hebben een goed geheugen!”
Toen stapte hij op de telefoon af en probeerde admiraal Stark te bellen.
Die bleek in een voorstelling te zitten. Roosevelt besloot te wachten
onder het motto dat Stark uit een voorstelling halen teveel onrust
kon veroorzaken. In de daaropvolgende drie uur reed een koerier rond
om overal de militaire top in te lichten. Stark belde met Roosevelt
na de voorstelling, die hem zei dat de relaties met Japan in een zeer
kritieke fase waren beland. De heren stapten vervolgens in bed.
Rond middernacht werd deel 3 aan de westkust onderschept, om 01.30
arriveerde reeds deel 4. Om 05.00 gingen het decodeerteam in Washington
aan de slag, om 07.00 waren ze klaar. Deel 3 beëindigde formeel
de besprekingen tussen Japan en de VS. Deel 4 bevatte de oorlogsverklaring
en de deadline voor openbaarmaking: “ Erg belangrijk. Wil
de ambassadeur ons antwoord aan de regering van de VS overhandigen
om 13.00 op 7 december lokale tijd.”
Eén uur ’s middags in Washington betekende
7.30 ’s ochtends in Hawai. De Japanse vliegtuigen zouden achteraf
gezien dan net opgestegen zijn.
Richting Marshall en Hull was al voor deel 1 en 2 een
aparte koerier gestuurd. Deze leverde de papieren af bij de ministeries.
Wat hierna volgt is in nevelen gehuld en gaf aanleiding tot felle
debatten tijdens de hoorzittingen van 1945-46 in het Huis van Afgevaardigden.
Volgens de hardnekkig volgehouden officiële lezing kreeg Marshall
alle berichten pas onder ogen op zijn departement om 11.15 uur ’s
ochtends. Deel 3 en 4 waren daar enige uren tevoren afgeleverd, maar
Marshall kon thuis niet bereikt worden omdat hij aan het paardrijden
was. Om 10 uur kwam hij eindelijk aan de telefoon; de koerier lichtte
hem in en bood aan direct naar hem toe te rijden, een ritje van 10
minuten. Marshall wees dit af en zei zelf wel naar kantoor te komen.
Pas een dik uur later arriveerde hij.
Vervolgens was Marshall een half uur bezig de papieren te bestuderen.
De koerier kon dit niet aanzien en interrumpeerde verschillende malen
om op de 13.00 deadline te wijzen. Marshall trok zich er niets van
aan. Om 11.45 was hij klaar en schreef een waarschuwing aan de legercommandanten
in de Pacific. Hij belde met Stark, die erop aandrong de marinecommandanten
ook afzonderlijk te informeren. Ook bood hij aan de krachtige radiostations
van de marine te gebruiken om marine én leger te alarmeren.
Marshall wimpelde dit voorstel af.
Rond 12.00 ging het alarm de deur uit richting Manilla, waar het een
kwartier later arriveerde: 06.22 Hawai-tijd, anderhalf uur voor de
eerste aanvalsgolf aankwam. Hawai was laatste op de lijst om 12.15,
maar om nooit opgehelderde redenen kwam het contact niet tot stand
en werd het alarm omgeleid via land naar San Francisco. Het arriveerde
uiteindelijk, een uur later dan in Manilla, om 07.33 in Honolulu.
Generaal Short was telefonisch onbereikbaar, dus werd een motorkoerier
gestuurd. Toen de generaal het bericht eindelijk onder ogen kreeg
was de aanval al voorbij.

De eerste aanvalsgolf op het moment van vertrek, 300 km ten noorden
van Hawai
Tot zover, we beëindigen dit verhaal op het
moment dat de eerste aanvalsgolf van de dekken is opgestegen. Deel
vier is in voorbereiding en zal naar schatting ergens in april gereed
zijn.
Resumerend, we hebben gezien: 1. dat de Japanners gevaarlijke tegenstanders
zijn, 2. dat zij in bezette gebieden verschrikkelijke oorlogsmisdaden
kunnen plegen, 3. dat Roosevelt hen tot een oorlog provoceerde, 4.
dat Roosevelt koos voor de strategie van het ruim baan geven aan de
Japanse ‘verrassings’aanval.
In het licht van punt 1 en 2 kun je de aanpak van punt 3 en 4 op zijn
minst als lichtzinnig kwalificeren.
Zoals ik nog zal beschrijven, beperkte de strategie van Roosevelt
zich niet tot Pearl Harbor en veroorzaakte deze hele benadering al
met al een domino-effect van geallieerde nederlagen in geheel Zuidoost-Azië.
Terug naar boven